3 seconden reactie tijd

Het aanleren van door ons gewenste gedragingen bij een paard, gebeurt hoofdzakelijk door conditionering. Door het geven van aangename- of vervelende versterkingen na het laatst getoonde gedrag, verandert ieder levend wezen zijn gedrag, dit enkel en alleen, om er beter van te worden.

Kort uitleggen

Korter dan met deze laatste zin, kan ik het africhten van paarden niet samenvatten. Ik voel mij natuurlijk geen Einstein, maar ik weet wel dat hij het was die vermeldde, dat je het slechts goed begrepen hebt als je het eenvoudig kan uitleggen.

Het paard legt een verband tussen zijn gedrag en de daarna ontvangen versterking, voor zover deze versterking gegeven worden, binnen een tijdsbestek van amper 3 à 4 seconden na het vertoonde gedrag.  Juist, hier hebben wij het terug over tijd, dat was toch het onderwerp dat wij zouden behandelen.

Frits bij het bereden aanleren van de Spaanse stap.

21-22-23 test

Toen ik nog veel jonger was dan ik nu reeds ben geworden, had iedereen nog geen seconden teller op zijn iPhone staan en leerden wij dat: “Eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig” tellen, gelijk stond aan het verloop van drie seconden spannende tijd tijdens het halthouden in mijn dressuurproef. In deze context duurden die drie seconden een eeuwigheid, maar als wij maar drie seconden reactietijd op een vertoond gedrag krijgen, dan weten wij dat deze in een oogwenk verzwolgen zijn.

Tijdens het omgaan en africhten met mijn paarden gebruik ik nog heel veel deze 21-22-23 regel. Niet zozeer omdat ik een verouderd mens geworden ben, maar omdat ik deze telling direct kan toepassen. Als ik eerst mijn gsm uit mijn broekzak dien te toveren, het klepje nog moet open maken en naar mijn chronometer wens te gaan kijken, (Oei, ook mijn leesbrilletje nog even op mijn neus zetten), ja, dan zijn mijn drie seconden tijd die ik ter beschikking heb gekregen, om het gedrag van mijn paard te veranderen, reeds enkele malen voorbij. Als ik een suikertje wens te geven (aangename versterking) en ik moet eerst mijn handschoenen uit doen om deze lekkernij tussen mijn neusdoek, gsm en autosleutels in mijn broekzak te gaan zoeken, wel dan ben ik ver buiten de drie seconden reactie tijd. Je paard zal zeker deze lekkernij niet afslaan omdat je te laat bent met je versterking, maar een link met het vertoonde gedrag zal niet meer gelegd worden.

Eerst even nadenken?

Als je eerst nog van je schrik dient te bekomen of nog moet nadenken welk recept je instructeur je voor dit paarden gedrag vroeger eens heeft voorgeschreven, dan heb je die drie seconden limiet reeds ver overschreden en haalt je aangename of vervelende versterking niets meer uit. Je paard zal dus gewoon zijn eigen gedacht blijven doen, van een gedragsverandering zal geen sprake meer zijn.

Directe respons

Voor het geven van prikkels naar je paard toe, heb je dus maar heel weinig tijd ter beschikking. Deze prikkels dienen dus direct na het vertoonde gedrag, op een bijna automatische manier gegeven te worden. Gelukkig voor veel ruiters worden automatismen niet ontwikkeld door boeken te lezen, maar door duizenden keren de gewenste gedragingen te herhalen.

Tijd beheersing

Eén van de grote psychische verschillen tussen de diersoorten mens en paard is het besef van tijd.

Dag indeling

Een knappe geest heeft duizenden jaren geleden bepaald dat we één dag hebben, wanneer de aarde eenmaal rond haar as heeft gedraaid. Logisch toch want na een klare dag en een donkere nacht begint alle ellende of het grote genot terug opnieuw. Om alles nog wat beter te kunnen beheersen heeft men deze ‘dag’ nog eens in 24 gelijke delen verdeeld en dit stukje tijd noemen wij dan een ‘Uur’ en dan wordt er verder door 60 gedeeld om met minuten en seconden te kunnen spelen.  Over de recentste beschouwingen van Einstein betreffende tijd en ruimte gaan we het hier bij het paardrijden niet hebben, deze micro verschillen in tijd en ruimte zullen voor ons paard en ook voor onszelf maar weinig toegevoegde waarde betekenen.

Zelfbeheersing

Zoals het klokje thuis tik, tikt het nergens.

Om de tijd te kunnen beheersen dient men naast ‘Tijdsbesef’ ook nog een dosis ‘Zelfbeheersing’ te hebben. Ook op het punt ‘Zelfbeheersing’ schoort de gemiddelde mens veel hoger dan het modale paard, alhoewel er voor sommige paardenliefhebbers nog veel mogelijkheid tot verbeteren bestaat.

Beweren dat paarden geen enkel tijdsbewustzijn hebben, dat vind ik nu ook wat te ver gaand. Paarden weten wel dat het morgen, middag, avond of nacht is, maar veel verder gaat de opgedane kennis niet. Alles schijnt mij hier nogal zonlicht gedreven te zijn.

Paarden hebben een groot herinneringsvermogen voor in het verleden opgedane ervaringen, dit voor zowel aangename- als vervelende ervaringen. Herinneringen zijn wel op een bepaald tijdstip tot stand gekomen, maar paarden hebben geen benul van het ‘Wanneer’ dit is gebeurd en ook niet het ‘Waarom’. Dit in tegenstelling met de mens, die exact kan vertellen wanneer en hoe er zich bepaalde gebeurtenissen hebben voorgedaan.

Een herinnering is een ervaring uit het verleden die wij ons terug voor de geest kunnen halen en waarbij we de oorspronkelijke emoties terug kunnen ervaren.

Reeds 6 jaar vertelt mijn Frits mij op regelmatige basis en doodsbang, dat hij vroeger een heel negatieve ervaring heeft opgedaan met een tegenligger op de hoefslag van een dressuurpiste. Maar wanneer en wat er juist gebeurd is, dat gaat hij mij natuurlijk nooit weten te vertellen.

Conditionering – Didactisch

De opgeslagen ervaringen van een paard zijn hoofdzakelijk het gevolg van conditionering, terwijl er voor de mens naast conditionering ook nog didactisch leren dient aan toegevoegd te worden.  Het Pavlov principe van ‘Prikkel’ en ‘Respons’ is hier dus voor beiden van toepassing. Gezien de grotere zelfbeheersing en ruimere intelligentie kan de mens deze gebeurtenissen in een bredere context plaatsen.

Een paard kan maar weinig in de toekomst denken, maar natuurlijk dat een paard ook wat kan anticiperen. Het kan zijn gedragingen aanpassen op de verwachting dat er in de heel nabije toekomst waarschijnlijk iets zal gebeuren.

Tijd besef is één van de grote psychische verschillen tussen paard en mens.
Frits is aan het voordenken.

Op dit moment ben ik mijn Frits aan het leren, om te blijven staan in de gang, met een open staldeur en een voederbak vol met lekkere muesli en rode, gewassen worteltjes. Ik probeer het woordje ‘Staan’ zodanig te conditioneren dat Frits hierbij blijft staan, terwijl het woordje ‘Vrij’ zal betekenen dat hij zich naar de stal mag verplaatsen. Wanneer ik het halster van zijn hoofd verwijder, bemerk ik dat Frits naar achterom kijkt, om te zien of de buitendeur open staat? Dit is met voorbedachtheid om een eventuele ontsnapping naar buiten toe te kunnen voorbereiden. Een ontsnapping waarmee hij in een vorige sessie duidelijk succes heeft behaald.  Dat maakt mij duidelijk dat een paard ook een klein stukje in de toekomst kan denken, een paard kan dus ook wat voordenken, maar zeker niet in die mate dat de homo sapiens dat kan.

Een paard kan dus niet echt terugdenken en ook niet veel in de toekomst denken. Het denkt vooral in de onmiddellijke omgeving van het ‘nu’, van het moment zelf.

Stress beheersen

Toen ik als beginnend manager in een metaalconstructie bedrijf centjes voor mijn dure paardensport ging verdienen, zaten er in ons eindproduct 70% grondstoffen en was de overige 30 procent afkomstig van menselijke prestaties, dus werkuren, dus tijd. Enkele decennia later was de voormelde verhouding volledig omgekeerd en vertegenwoordigden de uren maar liefst 70% van de kostprijs. Door deze evolutie ontstaat er natuurlijk heel veel tijdsdruk en wordt het fenomeen ‘stress’ geboren. Stress ontstaat namelijk wanneer er één of meerdere zaken niet kunnen opgelost worden in een vooraf bepaald tijdsinterval. Tijd beheering, ‘Wat’ en ‘Wanneer’ gaat ‘Wie’ doen en ‘Hoeveel tijd’ kost dat, is dus van het allergrootste belang, om gespaard te blijven van ongewenste stress. Dit noemt men planning.

Ook in de paardensport hebben wij heel veel met tijdsbeheersing te maken. Wij bepalen toch het aantal keer per week dat wij met ons paard trainen, dat noemen wij de ‘Frequentie’ van de training. Deze frequentie is van heel veel factoren afhankelijk, zoals: ouderdom van het paard, africhtingsgraad, mentale bewerkbaarheid, maar ook van de motivatie en de middelen van de ruiter en zijn omgeving.

Fysieke training

Voor de fysieke training (cardiovasculaire) volstaat het om een paar maal per week op zoek te gaan naar de grens van je lichamelijke capaciteiten. Hierdoor gaat het lichaam zich aanpassen aan de hogere belasting en krijgen we een supercompensatie, een verhoging van onze fysieke mogelijkheden.

Techniek training

Dressuur rijden bestaat echter hoofdzakelijk uit een techniek training, waarbij er bij het paard bepaalde gemoedstoestanden opgewekt worden, om een door de ruiter gewenst gedrag te vertonen. Hoe meer men deze mentale trainingen uitvoert, hoe sneller de africhting vooruitgaat. Maar ieder ervaren ruiter weet dat hij moet opletten dat zijn paard niet begint te flippen. Ook aan deze mentale training zullen bepaalde beperkingen dienen gesteld te worden, dit om zowel de ruiter als het paard niet mentaal te overbelasten.

Maar er is natuurlijk nog veel meer dat met tijd te maken heeft.

Belang van het ‘Leiden’

En ga je over zo een simpel onderwerp een tekst schrijven, Dré? Heb je niets beter te doen? Ja Frits, daarover ga ik zeker een tekst schrijven, en als paardenliefhebber heb ik natuurlijk heel veel te doen, en de meeste werkjes zijn voor en door jou.

Eerste halster

Het leiden van een paard is volgens mij één van de belangrijkste punten in het omgaan en africhten van een paard. Iedereen vindt het normaal dat je een halster rond het hoofd van een paard kan aanbrengen. Ons zelf gefokte veulentje van dit jaar hebben wij, samen met haar zusje van verleden jaar, recent nog in de opfokstal geloodst. Neen, dank je wel, ik hoef geen halster om, wordt mij door een in de stal rondvliegende Obladi met heel veel lichaamstaal verteld. Maar met wat geduld en vleierij zullen wij wel tot het compromis ‘halster aan’ kunnen komen. Het halster aan betekent natuurlijk een grote vrijheidsbeperking voor het jonge beestje en kunnen vluchten is nu toch een heel normale en levensnoodzakelijke zaak, zeker als er in je genen geprogrammeerd staat dat je een ‘prooidier’ bent.  Blijven staan, niet achteruit trekken, meegaan als er trekkracht op de koord wordt uitgeoefend, voorhand en achterhand zijdelings verplaatsen, … , het zijn de eerste manipulaties die wij aanleren. En dan spreken wij nog niet van het kunnen vastbinden van zo’n jonge telg, maar dat zullen wij in een later lesje wel bijbrengen.

Pet pony obstacle course

Recent nog zag ik op FB een filmpje van een pony die op ‘wandel’ was met een kind van een jaar of twaalf. Vermoedelijk was het de liefhebbende mama, die haar beide schatjes had ingeschreven voor een ‘Pet pony obstacle course’. Schijnbaar is dat een parcours waarbij springbalkjes op de grond liggen en planten aangeven  langs waar ze zich dienen voor te bewegen, beiden te voet natuurlijk. Op zich een mooi inititief om de handelbaarheid van de pony even te testen, maar van voortbewegen was er hier bijna geen sprake. Bij iedere passage langs de decoratieve planten trok, de trouwens mooi opgepimpte pony, steeds de koord uit de handen van de eveneens piekfijn uitgedoste amazone in wording. Tot grote ergernis van het ponymeisje speelde zich bij iedere bloempot hetzelfde tafereel af. Een leuk filmpje natuurlijk, beloond als ‘The cutest pet pony obstacle course ever’. Maar ik heb daar eigenlijk een andere mening over.

Het dominante dier eet eerst

Al of niet toegelaten worden om te eten, is bij de paarden in de kudde een instinctieve gedraging ter bevestiging van de dominantie. Het dominante dier eet eerst en zoveel het maar kan, voor de restjes die mogelijks overblijven, mogen de overblijvenden dan wat ruzie maken. Ook leiderschap van de mens over een paard begint met het bepalen of een paard al of niet mag eten. Door de manier waarop wij aan ons paard eten verstrekken en ontnemen, bepalen wij de rangorde tussen tussen ons beiden. En neen, deze pony toont geen enkel respect voor het kleine meisje.

De hiervoor vermelde pony bepaalt zelf of hij al of niet gaat eten van de grasgroene sierplanten. Duidelijk dus dat hij de leiding over het gebeuren heeft en dus het meest dominantste dier is van hun beiden. Heel normaal ook dat deze pony ‘baasje’ zal spelen in de volgende stap van de africhting, wanneer de amazone plaats zal nemen op zijn rug.

Respect noodzakelijk

Moest jij geen respect voor mij tonen, Frits, dan zou je met je 600kg aan spiermassa een gevaar betekenen voor mijzelf. Wanneer ik naast jou loop of als ruiter op je sterke rug zit, wens ik niet dat je met mij op de loop zou gaan.

Tweemaal per dag pendel ik met jou, tussen de sappige weiden en de met muesli gevulde voerbak in de stal. Tijdens die honderd meter die wij gezamenlijk, maar onder mijn leiding wandelen, vertraag en versnel ik meermaals mijn stap, en soms las ik ook een paar halthoudens in. Dat ik onderweg het vervelende ventje uithang heeft niets te maken met het feit dat ik, met mijn oude benen, moeilijk jouw drie hoeven overstappende beweging niet kan volgen. Dit heeft enkel te maken met respect opbouwen voor mij en dat respect ook steeds te behouden en te herbevestigen.

Positie van het paard

Ik verwacht van jou dat je met je hoofd naast mij loopt en dat je een voortdurend oog contact met mij behoudt. Zo heb ik ook een duidelijk zicht op jouw gelaatsuitdrukkingen en kan ik snel anticiperen op eventuele veranderingen in je gedrag. Bij de minste versnelling of vertraging van mijzelf, verwacht ik dat ‘jij’ je snelheid aanpast aan de mijne en niet aan de koord sleurt. Trek en sleurwerk zie je ook veel gebeuren bij wandelaars, tijdens het uitje met hun geliefde, maar verkeerd opgevoede hond. Deze honden lopen dan ver vooruit en sleuren hun baasje mee, in de richting die hondlief zelf gekozen heeft en op de voor de hond passende snelheid.

Als ik stop Frits, dan stop jij als vanzelf. Het baantje waar ik loop is van mij en jij loopt er naast, neen, en ook met je schouder hoef je mij niet zelfs een heel klein beetje weg te drukken.

Aangename en vervelende versterkingen

Eerst moet ik je dit respect voor mij aanleren, door aangename en vervelende versterkingen te geven, op het door jou vertoonde gedrag. Na een paar maanden wordt dit gedrag een automatisme voor jou en is het vanzelfsprekend dat je gewoontjes naast mij meeloopt. Je heb dan respect voor mij gekregen en ik ben in deze context je leider geworden.

En ik weet wel Frits dat je heel wat dominantie in je geest zitten hebt en dat je hierdoor regelmatig de door mij opgelegde grenzen probeert te verleggen. Knap van jou, ik zou juist hetzelfde doen hoor. Je eigenheid mag je natuurlijk van mij behouden, maar door een dagelijkse herhaling wens ik toch dat je respect voor mij behouden blijft.

Het zit niet in je karakter om achter mij aan te sloffen Frits, dat weet ik en dat zou ik ook niet wensen. Meestal zou dit geen probleem mogen geven, maar je kan ook van iets verschieten en dan komt je aangeboren vlucht reflex tevoorschijn. Neen, mij omver lopen of mijn achillespezen een trap geven met je blinkende hoefijzers, deze ervaringen heb ik reeds opgeslagen en ze staan niet op echt op mijn verlanglijst.

Respect en vertrouwen voor goede relatie

Met luid gehinnik en in volle galop kom je steeds naar mij toe gelopen wanneer ik je naar de stal wil brengen. Een duidelijk bewijs dat respect en vertrouwen vragen bijdragen tot het in standhouden van een goede relatie.

Als je maar gelukkig bent

Juist voor het publiceren van dit artikel heb ik onze 4-jarige merrie nog voor het vallen van de avond naar stal gehaald. Onderweg heeft onze Lucy mij toch wat laten kennis maken met de manieren van de vroeger vermelde ‘cutest pet pony’.  Alle paar stappen wou ze een hapje van het lekker gras op de doorgang nemen. Oh, juist, ja, het vrouwke heeft je gisteren naar binnen gebracht, en van haar mag je onderweg wat lekker gras mee pikken, goed voor de relatie zeker. Zo zie je maar dat het leven niet een aaneenschakeling wat wit-zwart ervaringen is, gelukkig maar.

38 Recht op de wand af

Op de loop gaan.

Wat krijgen wij nu Dré, waarom rij je mij recht naar de wand, ik ben toch niet het soort paard dat met jou op de loop gaat en dat enkel te stoppen is door hem tegen een muur te pletter te rijden?

Ieders probleem.

Ha, neen Frits, zo erg is het bij jou gelukkig niet. Bij het schrijven van deze intro denk ik terug aan een les van een Porturgese grootmeester, dewelke ik als fervente paarden liefhebber mocht bijwonen. “Il faut le mettre  contre lamour, j’ai dit, contre lamour”, galmde het in ietwat gebrekkig frans door de rijbaan. Deze leermeester had echt niets tegen de liefde hoor, maar bedoelde “ contre le mur”? Wanneer de mooie Iberische hengst op de loop ging, met zijn toch al wel ervaren amazone, werd aangeraden hem recht op de muur aan te sturen.

Hulpen volgen.

Maar dat is bij jou niet het geval Frits, maar soms lap je mijn bevelen toch aan je laars of moet ik aan je hoefijzer zeggen bij jou. Je hebt steeds de neiging om je hoeken af te snijden en dat ook bij wendingen naar de hoefslag toe. Steeds bepaal jijzelf de straal van het cirkelsegment, onafhankelik van de teugelhulpen die ik jou daarvoor geef. Je loopt gewoon door mijn teugelhulpen heen, man. Bij het oversteken van de rijbaan kan ik natuurlijk mijn éénzijdige halve ophoudingen nog wat later geven of volledig weg laten, zodat je pas op het laatste moment de zekerheid krijgt of je links of rechts dient af te wenden, maar in een doodgewone hoek heb ik die mogelijkheid niet om je wat in verwarring te brengen.

Eénzijdige halve ophouding.

Die éénzijdige halve ophouding heb ik in mijn eventing tijd geleerd. Bij het zien van een T-splitsing in het cross parcours wisten mijn paarden, door deze éénzijdig halve ophouding, reeds tientallen meters op voorhand, welke richting ze dienden te volgen. Hierdoor konden wij met grote zekerheid en op volle snelheid de juiste richting inslaan. Neen, geen noodzaak dus om mijn snelheidsduivels terug te nemen voor iedere wending en na zovele wendingen in een gevarieerd cross parcours betekent dat toch nogal wat tijdwinst.

Geef je paard een ‘half oponthoud’ voor het aanspringen in galop, hoorde ik een bevriend rijinstruceur naar zijn groep landelijke ruiters roepen. Van een ‘oponthoud’ aan een herberg kan ik wel genieten, maar een ‘half oponthoud’, neen dat schijnt mij niet echt interessant bij het paardrijden.

Wat is een ophouding?

Ik ga er van uit, beste lezer dat je weet wat een ophouding is, maar ik heb het hier over halve ophoudigen. Halve ophoudingen zijn eigenlijk lichte vibraties in de teugel, waardoor je paard weet dat er heel kortelings, één of andere gedragsverandering zal dienen plaats te vinden. Een halve ophouding is dus een signaal dat het paard mentaal voorbereid op een gedragsverandering die binnen een paar seconden zal dienen te gebeuren.

Ikzelf de oorzaak.

Maar ik weet dat ikzelf aan de grondslag  lig van, dit nu door mij als ongewenst gedrag beschouwde afwenden, Frits, ik heb dit gedrag toch steeds oogluikend toegestaan. Dit ongewenste gedrag had ik toch vervelend dienen te versterken, maar ik vond de andere zaken die we aan het trainen waren steeds belangrijker. En dit afsnijden van de hoeken is na een paar jaar dus eigenlijk een automatisme geworden.

Bij het doorrijden van de hoeken weet je natuurlijk Frits, in welke richting je dient af te wenden en ben je mij meestal voor, je wacht zelfs niet op mijn hulpen die een richtingsverandering inluiden. Ja, om je aandachtig te maken rij ik je dan een paar keer in de hoek, recht op het het beschot af, en houden daar een poosje halt alvorens de onze weg verder te zetten in de door mij gekozen richting. Nauurlijk vind ik het spijtig dat ik daarvoor met de teugel- en beenhulpen zwaar dien in te grijpen, om je op de juiste plaats, frontaal voor de wand, te laten halthouden. Maar ik kan toch niet anders dan je hulpen te geven die duidelijk boven je reactie drempel liggen. En na je een paar keer op deze manier in de hoek te hebben geparkeerd, hoef ik nog enkel te doen alsof ik je in de hoek wil parkeren, en je loopt zonder horten of stoten door de wending zoals het hoort.

Snel opgelost.

Gelukkig is dit geen fundamenteel probleem en na een paar keren corrigeren weet mijn voor paarden normen intelligente Frits, dat het veel aangenamer is om te wachten met afwenden tot ik mijn daarvoor geselecteerde signalen heb gegeven.

37 Een vliegende galopwissel aanleren

Vanuit de achterhand?

Schijnbaar dienen vliegende galopwissels vanuit de achterhand te komen, maar weet jij Frits wat dat juist te betekenen heeft? Ik hoef dat niet te weten Dré, maar jij schijnbaar wel, leg het dan  maar zelf eens uit.

Ook in vrijheid.

De meeste jonge, nog onafgerichte paarden, geven op de weide spontaan de vliegende galopwissel, zoals ze ook alle andere dressuuroefeningen, zonder enige training en in volle vrijheid, perfect kunnen uitvoeren. En als je er toch eentje ziet, die in vrijheid altijd in de contragalop blijft doorgaan, dan weet je dat het niet gemakkelijk zal zijn, om hem later deze vliegende wissel onder de man aan te leren.

De signalen worden een fractie van een seconde voor aanvang van het zweefmoment gegeven.

Overmatige contragalop.

Spijtig dat het voor vele dressuurruiters enkel een natte droom blijft, om ooit eens een vliegende wissel te kunnen rijden. Springruiters daarentegen zijn zich veel sneller bewust van het belang van een vliegende wissel. Reeds bij hun eerste springparcours, bij het eerste van hand veranderen, worden zij met een ongezellige contragalop in de wending geconfronteerd. Dressuurruiters veranderen in hun eerst jaar niet van hand in galop, en als ze dat al doen, dan is het met het doel de contragalop te oefenen, iets wat voor een springruiter maar weinig toegevoegde waarde heeft. Heel veel contragalop oefenen heeft tot nadeel dat het paard in een later stadium, veel moeilijker tot een vliegende wissel zal komen.  De contragalop is dan door het veelvuldig oefenen, een automatisme geworden, en wij weten dat automatismen maar heel moeilijk te veranderen zijn.

Snel mee beginnen.

Het is dus ook belangrijk voor de dressuur ruiter, om niet te lang te wachten met  het aanleren  van de vliegende galopwissel, ook al kan dat tijdens je dressuuurproef met contragalop tegen jezelf werken.

En als je paard al eens een spontane galopwissel tijdens je contragalop training geeft, hoef je deze inbreuk zeker niet zwaar vervelend te versterken. Aangezien wij later deze vliegende wissel nog zelf zullen vragen, mogen wij het paard in geen geval bang te maken voor de vliegende wissel.

Verloop van de vliegende wissel.

Er is echter een groot verschil tussen de wissel van de meeste springpaarden en de als goed geachte dressuur wissel. De uitdrukking ‘Vliegende galopwissel’ vertelt het zelf, de wissel gebeurt tijdens het vliegen door de lucht, het zweefmoment wordt dat in de juiste termen genoemd, dus op het moment dat het paard met zijn vier benen in de lucht hangt.

Na het zweefmoment over een hindernis landen springpaarden normaal op hun voorbenen, dat kan ook bijna niet anders. Van dressuurpaarden verwachten wij dat zij eerst met het nieuwe buiten achterbeen de grond raken, natuurlijk volgt de landing van de voorbenen een kort tijdje nadien. Uit mijn trainer opleiding, van ondertussen meerdere tientallen jaren terug, oef zo lang al, herinner ik mij dat hetzelfde achterbeen twee maal achter elkaar de grond raakt. Voor het aanvangen van de wissel, van de rechter naar de linker galop, steunt het rechter achterbeen als laatste achterbeen op de grond (bipedale ondersteuning). Na de daarop volgende zweeffase komt datzelfde rechter achterbeen tijdens de wissel terug als eerste op de bodem, om te dienen als unipedale ondersteuning van de nieuw linker galop.

Dat is nogal een ingewikkeld mechanisme hé, Frits. Zelf heb ik het ook wat lastig gehad om dit uit te kunnen schrijven en mijn diersoortgenoten zullen waarschijnlijk hun cursus begrijpend lezen nog eens moeten doornemen om zich door deze tekst te worstelen.

Bij een landing na de sprong is het vanzelfsprekend dat een springpaard op zijn voorbenen land, Ik kan het mij niet anders inbeelden. Boven de hindernis heeft het paard een lang zweefmoment waarbij het veel tijd heeft om van galop te wisselen, en dit is gemakkelijkst bij een verandering van richting in het parcours.

Aanleren met het balkje?

Het aanleren van de vliegende galopwissel gebeurt dikwijls over een balkje, maar met de voorgaande uitleg wordt het je wel duidelijk dat het gevaarlijk is, om deze manier te gebruiken voor het aanleren van de wissel bij een dressuur paard. Wij wensen hier namelijk geen landing op de voorhand. Voor paarden die enkel met de voorhand wisselen en met de achterhand in de contragalop blijven kan zo’n balkje wel enig soelaas brengen, om de achterhand toch tot wisselen aan te zetten , en dit tijdens het zweefmoment.

Om een langer zweefmoment te creëren, dient de achterhand bij de dressuurwissel diep onder de massa te treden, zodat het paardenlichaam hoger in de lucht kan geprojecteerd worden. Daarom zullen wij de vliegende wissel pas aanleren als het paard reeds de basisbegrippen van verzameling kent. Misschien komt het duidelijker over als ik het wat anders vertel: Bij het geven van de beenhulpen dient het paard de reflex te vertonen, om de achterhand in te trekken.

Gewoon wissels vragen en je ziet wel.

Juist Frits, dat hoef je natuurlijk allemaal niet te weten, trek gewoon bliksemsnel je achterhand in, op het moment dat ik tijdens je unipedale ondersteuning, de signalen geef om in de andere galop aan te springen. De rest volgt allemaal als vanzelf.

 En ja, Frits, ik ga deze foto van één van onze eerste wissels toch publiceren, hoor. Natuurlijk is dit niet de perfecte wissel, dat mag ik tijdens het aanleerproces ook nooit verwachten. Deze foto vertelt mij dat je gehele achterhand te hoog van de grond komt en te vroeg in het zweefmoment actief is.  Wat was ik toen gelukkig dat jij mij hoog in de lucht projecteerde door een over actieve achterhand. Zo hoog zelfs dat mijn hoofd niet meer in beeld kwam.

Zo, Frits, ondertussen zijn wij een paar jaar verder en je enkelvoudige  galopwissel zijn ondertussen, door duizenden herhalingen, een automatisme geworden. Automatismen zijn er om ons het leven gemakkelijk te maken, zodat wij niet blijvend hoeven na te denken, over wat we eigenlijk aan het doen zijn. Wij zijn nu reeds lekker gestart met knoeien aan de wissels om de pas, zo blijven wij steeds maar bezig hé.

36 Vrije stap

En mag ik nu ook al niet meer mijn vrije stap doen zoals ik dat zelf wens, Dré?

Zelf laten kiezen?

Frits in vrije stap

Neen Frits, op dit moment vind ik, dat er dient ingegrepen te worden. Je hebt van nature een heel mooie ruime stap. Je stap is je beste gang en je stapt 3 tot 4 hoeven over, dus daar is helemaal niets mis mee. Maar op dit ogenblik  zijn wij zware overgangen aan het trainen, Frits, overgangen van heel verzamelde, naar piaffe neigende stap, naar aan passage grenzende draf. Dit is onze voorbereiding om later de overgang van piaffe naar passage te kunnen rijden.

Spanning opvoeren!

Dat is niet niks hé Frits, je weet wel dat ik daarvoor de spanning bij jou heel hoog dien op te voeren, want zonder spanning krijg ik niet de gewenste trage en verheven drafpassen. Wanneer je een overgang geeft die in de richting van mijn verwachtingen ligt, dan geef ik je dadelijk vrije teugel en mag je ontspannen in vrije stap, ja, ontspanning is hier wat ik wens te zien.

Spanning ontvluchten.

Ontspanning op zulke momenten is voor mij weglopen Dré, wegvluchten van de gevaren en de moeilijkheden is toch een normale reactie voor een prooidier. Ik begrijp je wel Frits, maar die overhaaste stap met een weggedrukte rug die je dan laat zien, neen dat wens ik niet, en dat levert zeker geen bijdrage aan het verder opbouwen van je overigens mooie lichaam, integendeel.

Je weglopen verminderen door je terughoudende teugelhulpen te geven, geeft niet het gewenste resultaat. Juist Dré, dan voel ik mij opgesloten tussen je handen en mijn stuwende achterhand en dat maakt mij echt nog hitsiger.

Zonder trekken.

Daarom gaan we nu ook op een kleine volte gaan Frits, door kleine doelloze rondjes te draaien hoop ik dat je inziet dat vluchtgedrag hier geen toegevoegde waarde heeft. Rondjes hebben geen eindpunt en daardoor vervalt jouw doel waarnaar je wil weg lopen. En als dat niet voldoende is ga ik jou daarbij nog wat in een lichte renvers houding plaatsen, dus met je schouders een beetje naar de binnenkant van die kleine volte en je hals wat naar buiten gebogen. Zo ben je verplicht je voorbenen te kruisen en wordt je vluchtig wegstappen ook een heel stuk moeilijker voor jou.

Neen Frits, je hoeft dat niet allemaal te begrijpen, het is gewoon aan mij om jou terug naar rust te kunnen brengen, en voor we die rust bereikt hebben gaan we niet terug met andere zaken gaan spelen.

Spelen met spanning.

Een mooi voorbeeld Frits, dat wij met spanning moeten kunnen spelen, opbouwen en terug kunnen afbouwen van de spanning is de grote boodschap bij het aanleren van zwaardere oefeningen.

35 Eerste deken

Bescherming tegen vliegend ongedierte.

Neen, Lucy heeft niet niet om een deken gevraagd en heeft daarvoor ook geen enkele behoefte laten blijken.

Na een gezellige, drie jaar durende periode op de weide, in gezelschap van enkele kuddegenoten, vinden wij het moment aangebroken om onze Lucy voor te bereiden op het zadelmak maken.

Zij is zeker niet meer een wilde mustang, want ze loopt mooi mee aan het halster, kan gebonden staan en weet haar beentjes te geven aan de hoefsmid.

Juist, wij hebben in het africhten van dit paard dus toch reeds wat tijd gestoken, het opvoeden van een paard vangt namelijk reeds aan bij de geboorte.

Aangezien wij in onze omgeving gezegend zijn met een grote schare aan dazen en ander stekend en vliegend ongedierte, wordt het opleggen van een licht dekentje de eerste opgave in haar cultiveringsproces.

Iedereen vindt het normaal dat men een paard een deken kan opleggen, maar dat is niet zo vanzelfsprekend voor een groen paard.

Op veilig spelen.

Uit voorzorg hebben wij Lucy aan onze massieve muur vastgezet met een sterke ketting en een niet mooi, maar wel heel stevig lederen halster.

Voor de gewenning laten wij haar natuurlijk de nodige tijd ruiken aan het vers gewassen vliegen deken, zeker ook nagespoeld met voor ons welriekende wasverzachter.

Bij het op de schoft leggen van het deken krijgen wij natuurlijk de verwachtte vluchtreactie, voor dit onbekende en dus bedreigende blauwe ding, met koorden en ijzerklank van de sluitingen.

Aangezien vooruit of zijdeling wegstormen geen mogelijkheid is, wordt de logische reactie achteruit springen en dus met alle macht aan de belemmerende ketting trekken.

Ja, onze grove borstel met een lange steel, waarmee wij de stallen schoonvegen, staat reeds aan de achterkant gereed.

Aangename- & vervelende versterkingen.

Neen, Lucy krijgt geen rammel van de stijve borstel, maar we staan wel klaar om haar achteraan een vervelende versterking te geven op het moment dat ze naar achter springt. Het contact met de stijve prikkelende haren van de borstel zijn zeker geen aangename ervaring. Gedragingen die een vervelend vervolg krijgen worden door het paard niet meer of steeds minder frequent getoond.

Bij het lossen van de spanning op de ketting en het naar voor springen wordt Lucy uitbundig aangenaam versterkt. Door deze snoepjes zal het paard vanzelf de ongespannen toestand opzoeken, aangezien het zo zijn levensomstandigheden verbetert. Deze versterkingen worden steeds binnen de 3 à 4 seconden na de gedragsverandering gegeven, anders legt het paard geen verband meer tussen zijn gedrag en de beleefde ervaring.

Zodoende wordt er naast respect ook vertrouwen met het paard opgebouwd en dat zijn toch de fundamenten van een verdere africhting, onafhankelijk van de discipline waaraan we wensen deel te nemen.

Vluchten.

Door vast gebonden te staan leert het paard tevens dat vluchten geen directe optie is tijdens het omgaan met de mens. Ook tijdens het leiden en bereiden van het paard kunnen wij het niet op prijs stellen dat het paard een loopje met ons zou nemen.

Ook het voor het eerst vastmaken van de buik- en beenriemen is een hele karwei. Voor de veiligheid is het best met twee personen te zijn, zodat men niet met zijn hoofd onder het paarden lichaam dient te hangen bij het zoeken naar deze touwtjes. Ik neem aan dat je wel weet waarom dit best is, anders zullen de loshangende paardenbenen je dat wel kort en krachtig vertellen. Het is ook aan te raden dat het paard door de begeleider met een koord wordt vastgehouden, en zorg er voor dat je als begeleider niet in een hoek opgesloten geraakt. Een gedeeltelijk openstaande deur kan hiervoor toch wat soelaas brengen.

Gewenning.

Alvorens op de weide te mogen ronddartelen kan Lucy in haar bekende box en op zichzelf, kennis maken met het vreemde voorwerp op haar rug. Anders kan het nog gebeuren, dat weide afsluitingen geen belemmeringen vormen voor het paniekerige paard.

En neen, mijn foto is niet van de beste kwaliteit, maar bij het fotograferen van deze levensechte situatie doe je best het paard niet schrikken van het flash licht.

Zo, na deze eerste leerfase van onze jonge Lucy hebben wij terug meer appreciatie voor onze geroutineerde dressuurpaarden, dewelke niet meer opkijken naar een over hun rug geworpen deken.

34 Vertrouwen opbouwen

Obladi-Oblada

Onverwachte geboorte

Komen wij thuis na een nachtje uit met de kleinkinderen en in de vallende duisternis bemerken wij op de stofferige weide, het silhouet van een pas geboren veulen.

Zonder mijn weten was de naam Obladi-Oblada reeds vastgelegd door het vrouwke, maar over deze discriminatie gaat het hier niet.

Inprentingsfase

Toen de nog wankelende Obladi ons bemerkte laat zij een zacht gehinnik horen en komt ons dadelijk besnuffelen.

Duidelijk dat het veulen nog in zijn inprentingsfase zit en onbevangen op zoek is naar wie ze als mama of papa dient te beschouwen.

En wij krijgen nu éénmalig de kans aangeboden om als beschermer aangenomen te worden.

De inprentingsfase duurt namelijk maar een korte tijd, dus best daarvan gebruik maken om onze goede bedoelingen ten toon te spreiden.

En die eerste indrukken neemt zo’n hulpeloos veulen voor gans zijn leven mee.

In een wiebeldrafje loopt Obladi, naast ‘la mama’, mee naar de stal, ook de bescherming in de stal vinden is van groot belang.

Vertrouwen

Natuurlijk wordt er in de stal op een dieren manier met de nieuw geborene geknuffeld om het vertrouwen te optimaliseren, en daar slagen wij ook snel in.

Ook na de scheiding van een nachtje slapen is het vertrouwen nog volledig aanwezig.

Maar horen wij daar de auto van de dierenarts niet op ons erf aankomen, het jonge veulen dient toch beschermd te worden tegen alle mogelijke kwalen, en inentingen schijnen daar een verplicht onderdeel van te zijn.

Wantrouwen

De eerste benadering van de veearts met de spuit in de hand verloopt in alle vertrouwen, maar die naald in de hals breekt het door ons opgebouwde wankele vertrouwen.

Neen het veulen beseft niet dat die prik voor zijn welzijn belangrijk is, en beseft enkel dat er daar een boze mens staat die hem pijn doet.

Het in de mens opgebouwde vertrouwen wordt hierdoor in een oogwenk vernietigd.

En tot overmaat van ramp dient er de tweede dag ook nog bloed getrokken te worden voor één of andere analyse die mensen belangrijk vinden.

Na de vervelende ervaring van eerste dag heeft Obladi natuurlijk zijn reactie naar de mens aangepast, vluchten is de boodschap, proberen te ontsnappen aan het hem onterecht aangedane leed.

Maar na wat vluchtpogingen in de stal wordt het angstige veulen toch gevat, en het slaat tot 2 maal toe omver op de harde bodem, waarna het roerloos blijft liggen.

Neen, Obladi is hierdoor niet lichamelijk gewond geraakt, maar haar prille vertrouwen heeft natuurlijk wel een rake klap gekregen.

Obladi bevindt zich nu in een toestand van aangeleerde hulpeloosheid, blijft liggen, want vluchten helpt niet, doe mij maar zoveel kwaad als je wil, want ik kan er toch niets tegen doen.

Snel wordt die bedreigende naald in de hals gepland en klaar is Kees.

Wij vinden de dierenarts een nog steeds een aardige kerel, maar ons veulen deelt na twee slechte contacten onze gedachtegangen daarover zeker niet.

De gehele mensheid is slecht, gevaarlijk en doen je pijn, vindt Obladi.

Vertrouwen herstellen

En zo dienen wij terug het vertrouwen op te bouwen met ons veulen, want vertrouwen is de hoeksteen van onze verdere relatie met ons paard.

Emoties van een paard

Ukkepuk
Ukkepuk

Mag ik mijzelf even voorstellen Dré?

Ga jij nu ook al beginnen je mond te openen, Ukkepuk?

Ja, ja, ik ben Ukkepuk, een gelukkige Shetland pony die even lang als breed als hoog is. Ik ben de buur van de dagelijks trainende Frits, maar daar heb ik gelukkig niets mee te maken. Ik zie wel dat je daar spieren van krijgt, maar dat je daar ook veel moet voor zweten, en dat doe ik niet graag.

In mijn ganse leven heb ik nog maar twee keer een ruitertje op mijn rug gehad, en dat is meer dan genoeg geweest en dat is wetenschappelijk te onderbouwen.

Tijdens één van je recente presentaties, heb je toch verteld Dré, dat het gedrag van dieren bepaald wordt door 7 basis emoties, en dat is het geval voor alle diersoorten, dus ook voor jou en mij.

‘Zoeken’, dat doe ik ganse dagen, naar de lekkerste grassprietjes en koel drinkwater.

‘Woede’, daar kan ook van meespreken, probeer mijn muesli maar eens af te nemen.

‘Angst’, ja, ook daarmee kom ik iedere dag ook in contact, en dan ga ik lopen van de grote paarden die met mij in de wei lopen.

‘Lust’ gebruik ik ook hoor, soms ga ik in het schuilhok van de grote collega’s om bescherming te zoeken tegen de zon en het vliegende ongedierte.

Met ‘Zorg’ ben ik ook wel bezig, haal mij maar eens uit de kudde en ik voel mij niet meer veilig, en als je mij alleen in de stal zet, dan heb ik ook ‘Verdriet’, en ik zou dan willen ‘Spelen’ met mijn maatjes.

Als ik kan eten en drinken en je laat mij voor de rest gerust in de kudde, dan ben ik een heel gelukkig Shet.

Tja, dat is heel wat anders dan Frits zijn leven, en toch moet ik hem ook gelukkig houden Ukkepuk, of ik krijg veel verzet en weerstand in de training. Deze 7 basis emoties (Zoeken, Woede, Angst, Lust, Zorg, Verdriet en Spelen) bespeel ik natuurlijk ook bij Frits, want daardoor kan ik zijn gedragingen veranderen en hem aanzetten tot gedragingen die ikzelf bepaald heb. Hoe ik inspeel op deze emoties van Frits zal bepalen of ik een gezellig werkend paard creëer of ik er een stress vertonende marionetten van maak.

Alle levende wezens komen tot het leveren van prestaties enkel en alleen als er een spanning ontstaat rond de 7 basis emoties.

Natuurlijk zet ik spanning op Frits tijdens het trainen, want anders blijft hij gewoon op de wei staan, zoals jij Ukkepuk. Maar ik zorg er wel voor dat hij door een gedragsverandering (deze die ‘ik’ wens, haha) zelf deze spanning kan verminderen, dat noemt men dan ontspanning in de aanspanning. Zo ontwikkelt Frits zich als een gezellig meewerkend paard, ja, je mag dat Happy Athleet noemen.

Als ik de spanning verkeerd zou gebruiken, dan ziet Frits de bomen niet meer in het bos en zou hij een vervelend gestresseerd paard worden, hetwelk door zijn 7 onder spanning staande emoties, niet verwachte gedragingen zal vertonen of zal zich laten degraderen tot een marionetten gedrag. Gestresseerde paarden weten niet meer welk gedrag zij kunnen vertonen om aan de opgelegde spanning te ontkomen.

Spelen met spanning is dus een dood normale zaak tijdens het trainen en rijden met een paard.

Maar jij hebt maar weinig ervaring met door mij opgelegde spanning om je gedrag te veranderen, Ukkepuk. Eet maar lekker verder en speel met je maten, met de emoties ‘Genot’ en ‘Spelen’ kom jij al een heel stuk verder in het leven.

32 Fouten maken

André Geeroms – Frits

En wat ga je over deze foto schrijven Dré, mooie uitgestrekte draf zeker?

Stop er mee Frits, een paard kan niet liegen, daarvoor heb je te weinig ‘zelfbeheersing’ en ‘intellect’.

Als menselijk dier zou ik dat wel kunnen verkopen voor een mooie uitgestrekte draf in de bi-pedale ondersteuning. Maar je gaf hier spontaan je eerste pasje Spaanse stap onder het zadel, terwijl ik verzamelde stap vroeg.

Oei, heb dan heb ik een fout gemaakt Dré. Neen Frits, wij maken geen fouten, ik wil dat ontmoedigend woord niet meer horen hé. Het was een ‘afwijking’ op het ‘verwachte gedrag’.

Jij kan je gedrag wat aanpassen of ik mijn verwachtingen bijstellen, daarover gaan we samen nog eens in debat. Wat je mij met deze foto vertelt Frits is, dat een mooie uitgestrekte draf in je lijf zitten hebt en daar kunnen wij dus aan verder werken.

Zo dat noemt men dan ‘herkaderen’ van een gebeurtenis, een gebeurtenis in een andere context bekijken. Prettig de tonus te zien in al je spieren, ik smelt voor jou Frits.