82 Graag ‘Second Opinion’ betreffende mijn piaffe

Een piaffe dient over de jaren heen verder ontwikkeld te worden

Al lang dezelfde instructeur

J’ai le même instructeur depuis plussieurs années, Dré, je suis très content de son  encadrement, mais nous avons un problème insurmontable.

Mijn paard springt weg uit de piaffe

Mijn Belzibuth is door mijzelf Grand-Prix klaar gemaakt, maar hij springt steeds weg uit de piaffe en hij piaffeert te traag. Mag ik eens tot bij jou komen voor een ‘Second Opinion’, jij hebt veel ervaring met het werk aan de hand, misschien geeft deze andere aanpak het gewenste resultaat? Leuk toch, als ik voor wat ernstig bij de dokter moet, dan vraag ik ook meestal een ‘Second Opinion’. Kom maar eens met je Belzibuth tot bij mij, Marieke, dan kunnen wij samen ‘life’ de situatie eens bekijken. Aan filmpjes heb ik niet zoveel.

Rij je paard maar los, Marieke, doe maar alsof je thuis aan het trainen bent en na een paar rondjes is het moment er om reeds wat van gedachten te wisselen. Prettig toch om met een ervaren combinatie, in alle discretie tot de kern van de zaak proberen te komen.

Trens en stang, een slof en lijntjes van de spoor

Bij het betreden van de piste bemerk ik dat Belzibuth met trens en stang is opgetooid, een mooie lederen slofteugel is ook van de partij en de ervaren groom heeft het paard met een lang touw onder controle. Oh, verklaar eens Marieke, waarom gebruik je een slof bij een Grand-Prix paard en ook dat lange touw? Zeg eens… Mijn Belzibuth is 1.81m en weegt 700kg, Dré, en als hij nerveus wordt tracht hij wel eens het hazenpad te kiezen. Je reactie daarop kan ik dan wel begrijpen, alhoewel dat geen normaal gedrag meer is voor een paard van dit niveau. Ergens tijdens de africhting moet er wat verkeerd gegaan zijn en heeft je Belzibuth duidelijk succes gehad met dit vluchtgedrag, hij gebruikt dit om zich te onttrekken aan de hogere spanning die zeker nodig is om tot zwaardere prestaties te komen. Dit ongewenste gedrag valt nog mee, het zou erger zijn moest je paard zijn heil gezocht hebben in staken of steigeren.

Wegstormen met opgekrulde hals

En ja hoor, tijdens het losrijden op de buitenpiste bemerk ik een in de hals opgekruld paard dat steeds meer voorwaarts weg wil weglopen. Lang rond en diep is dat beestje voorlopig niet te rijden, maar dat zou mogelijks wel kunnen komen door het feit dat mijn Belzibuth steeds in een binnenpiste wordt gewerkt, vertelt Marieke mij. Anderzijds bemerk ik op de flank van het hete paard een donkere gebogen slijtage lijn in het blinkende schimmelkleurige haarkleed, daar waar je spoor heel veel inwerkt, Marieke. Oh, ik had hem daar niet mogen scheren, dat komt waarschijnlijk door het werk op de piaffe, argumenteert Marieke.

Het losrijden vertelt het africhtingsverhaal

Dit losrijden vertelt mij toch al een hele boel dingen. Je Belzibuth wordt met de sporen aangezet tot een paffe ter plaatse en ook nog door je instructeur met het zweepje aangemoedigd tot verhoogde activiteit. De enige uitweg voor Belzibuth is door je handen te springen en ervanonder te muizen.

Ook de vele goeie dingen zien

Tijdens het voorstellen van de piaffe bemerk ik een goed gediagonaliseerde drafbeweging en een goed van de grond komend achterbeen. Dit zijn toch twee heel belangrijke goede eigenschappen voor een goede piaffe. Je hebt gelijk, Marieke, je Belzibuth zakt echter niet in de achterhand, maar het is toch belangrijk te beseffen dat er ook goede dingen in je werk zitten. Maar de piaffe moet ook sneller zijn, Dré. Oh, een goede piaffe is niet snel Marieke, met snelle drafpasjes krijg je modder makende paarden, dewelke geen tijd hebben om met de achterbenen van de grond te komen. Deze traagheid is dus nog maar eens een goed punt van je Belzibuth. Wij hebben al geprobeerd om hem meer te doen ondertreden met de achterhand door hem met de zweep om het kruis en de achterzijde van de bil te toucheren, Dré, maar dat geeft niet het verwachtte resultaat.

Bestaande patroon doorbreken

Als ik alles op een rijtje zet, Marieke, wel je hebt een paard met heel veel piaffe potentieel, maar een piaffe dient men langzaamaan te ontwikkelen, dat vraag veel tijd. Ikzelf zou je Belzibuth aan de hand leren piafferen, zodat de piaffe op een totaal andere manier wordt benaderd, zijn huidig patroon (gewoonte, automatisme) wordt dan gans doorbroken. Je paard beheerst de piaffe al, dat betekent dat wij toch in een versneld tempo met het werk aan de hand kunnen verder gaan. Jaja, Marieke, je Belzibuth gaan wij in eerste instantie duidelijk voorwaarts laten piafferen en de drang naar voor voorlopig er voorwaarts uitlaten, zodat hij zich niet aan het werk dient te onttrekken door door je hand te springen. En tijdens dat voorwaarts piafferen gaan wij hem licht op de buik toucheren. Om zijn achterhand onder te brengen dienen de buikspieren het bekken voorwaarts de doen intrekken, en dat gebeurt door de buikspieren. Moest je paard te veel met de achterhand ondertreden, dan zou ik hem op het kruis aanraken met de dressuurzweep, kwestie van zijn rugspieren aan te trekken en zijn kruis minder te doen aantrekken. Maar dat is niet het geval bij je Belzibuth.

Dat opkrullen in de hals, ook tijdens de piaffe, dienen wij weg te werken. Door opwaarts gerichte halve ophoudingskes gaan wij zijn hals meer opwaarts vragen en komt hij ook ietwat voor de loodlijn. Hierdoor wordt zijn zwaartepunt meer naar achter gebracht en is hij verplicht om zijn achterbenen nog meer onder te brengen.

Traag en met impuls piafferen

Neen Marieke, je Belzibuth dient niet sneller te piafferen, maar met meer impuls, met meer afzet.

Door het verhoogd onderbrengen van zijn achterhand zal Belzibuth zijn ganse massa hoger opwaarts stuwen kunnen stuwen en duurt het dus langer om terug op de grond terug te vallen. Dit langere zweefmoment zal zeker meer uitstraling geven aan zijn piaffe. Dit langere zweefmoment kan je later, tijdens het bereden werk ook langer maken door het toepassen van de ‘Bügeltrit’, maar dit nu verder uitspitten zou ons te ver van ons onderwerp ‘Piaffe aan de hand’ verwijderen.

Ondertussen is ons lesuur ‘second Opinion’ reeds ten einde gekomen, Marieke.

Kleine onderdelen trainen

Ik zou je wel willen aanraden om thuis echt niet zo intensief te trainen zoals wij vandaag gedaan hebben. Tien minuutjes of een kwartier van dit soort werk aan de hand tijdens je dagelijkse trainingen is meer dan voldoende en niet vergeten dat je alle gewenste punten niet in dezelfde training kan bewerken. Neem er één onderdeel uit als aandachtspunt en eens dit bevestigd is, breng je een ander stukje van de puzzel erbij. Neen, je traint dus niet zomaar piaffe, maar je cultiveert stuk per stuk deze imponerende beweging.

Neen, ik kan dit op één lesje niet allemaal naar je wensen veranderen, Marieke, maar je bent een ervaren amazone en ik denk wel dat ik de sluier wat verder opgelicht heb voor jou.

Veel succes en kom toch nog maar ergens eens terug.

81 Snoer die neusriem maar wat meer aan!

De spanning van de neusriem bepaalt de nageeflijkheid van het paard
Door een spannende neusriem wordt het afkauwen en de nageeflijkheid onmogelijk

De neusriem aanspannen of losser maken?

Bij het betreden van de rijbaan kijkt mijn hippische werkgever (Is ook trainer) steeds of de neusriem niet wat meer dient aangespannen te worden, Dré, en als jij als mijn privétrainer naar mij toe komt kijk je steeds of de neusriem niet te strak aangespannen is. Hoe ziet dat nu eigenlijk met dat neusriem gedoe?

Eerste en vooral moet je beseffen Marieke dat je in de luxe baadt van begeleid te worden door twee ervaren trainers, maar dat heeft natuurlijk ook zijn vervelende kantjes. De instructie van een trainer is gebaseerd op zijn eigen levenservaring en het is dus niet abnormaal dat de leer die ze verspreiden dan ook verschillend kan zijn.

Vaste handen of nageven?

Je had mij reeds verteld dat je professionele trainer er steeds de nadruk op legt dat je je paard dient vast te houden vooraan en het niet mag laten ontsnappen, maar dat je stiekem toch je paard wat meer lucht geeft, zoals ik dat wens. Dat hoorde ik je graag zeggen Marieke, want ja, nageeflijkheid, dus je paard loslaten i.p.v. vast te houden is toch de rode draad in onze rijkundige samenwerking, denk ik dan toch.

Dat vastsnoeren of losser maken van de neusriem heeft natuurlijk alles te maken met de verschillende manier van rijden, zoals ik hiervoor uitgelegd hebt.

Waarom een neusriem nodig?

Maar misschien moeten wij ons toch eerst eens afvragen waarvoor wij een neusriem nodig hebben, als we die al nodig hebben? Ik zie in de sociale media veel fotootjes verschijnen van paarden die succesvol bereden worden zonder neusriem, en ja, die mensen mogen daar voor mij ook fier op zijn.

Eén van de belangrijkste communicatiemiddelen van een goed ruiter met zijn paard verloopt langs een steeds variërend contact van de ruiterhand met de paardentong. Door continue en minuscule drukveranderingen van de zachte ruiterhand op de soepele tong van het paard brengt de ruiter zijn geconditioneerde signaaltjes over naar het paard, terwijl het paard terug naar de ruiter antwoord door lichtjes met de tong te spelen. Dit noemen wij dan het afkauwen van het paard, waarbij het zich volledig overgeeft aan de vragen van de ruiter. Jouw professionele instructeur Marieke, is meer van het harde hand type en dwingt zijn paarden met een vaste hand in de gevraagde houding, terwijl ik wens dat het paard de door mij gewenste houding zelf komt opzoeken. Dit opzoeken van de hand gebeurt door het deskundig inwerken van de ruiter en niet door zomaar te wachten tot je paard op je dode hand nageeft.

Bewegingsvrijheid van de tong is noodzakelijk

Om op een gevoelige manier te kunnen terug communiceren naar de ruiterhand, dient een paard dus bewegingsvrijheid met de tong te kunnen hebben. Juist daarom zie ik graag de neusriem wat losser. Door deze lossere neusriem kan het paard zijn gevoelige tong in de communicatie gebruiken en ook bewegen in het kaakgewricht. Zo zie je maar dat het paard met de intensiteit van zijn signalen naar de ruiter toe kan spelen. De tong geeft de fijnste signaaltjes door en het nageven in het kaakgewricht is reeds een iets zwaardere hulp naar de ruiter toe. Bij het inzetten van de halsspieren of zelfs op het bit hangen met zijn volle gewicht worden de communicatielijnen naar de ruiter steeds harder en zwaarder.

Fijne teugelhulpen komen uit je vingers

Naast het paard kan ook de ruiter spelen met de opgewekte spanning in de teugels. De fijne hulpen komen vanuit de vingerkootjes, de polshulp is al wat zwaarder, terwijl de biceps en het gewicht van het bovenlijf van de ruiter de zware ingrepen betekenen. Duidelijk dat een ruiter dus meer overeenkomsten dient te hebben met een harpspeler dan met een gewichtheffer. Zojuist heb ik tijdens het Wiener nieuwjaarsconcert zo een fijnbesnaarde harpspeelster kunnen bewonderen. Met de gevoelige vingertoppen wordt de spanning van de vast afgestelde snaren in trilling gebracht, waardoor er indirect een emotie naar de toehoorder wordt opgewekt. Bij het goed paardrijden gebeurt hetzelfde, maar het gaat nog dieper. Wij als ruiter wekken met onze vingertopjes een directe emotie op bij een steeds van spanning wisselend levend wezen en dat is nog fijner werk dan met een harp spelen. Juist, dressuur rijden mag je voor mij dus als een kunstvorm beschouwen.

Is die neusriem wel noodzakelijk?

Ha, dan heb ik geen neusriem nodig Dré?  Ik zou je aanraden Marieke om je paard toch van een neusriem te voorzien. Het is niet allemaal en altijd rozengeur en maneschijn met de aanleuning en paarden willen zich ook wel eens onttrekken aan het werk. Snel je mond eens openzetten en de controle van de hand gaat in een oogwenk verloren en dan kan je als paard lekker je eigen gedacht doen. Doe dat neusriempje maar aan, maar snoer het niet vast zodat je paard nog lekker schuimend op zijn bit kan kauwen. Aangezien laag gedragen neusriemen, (Hannoveraanse) verder van het scharnierpunt van het kaakgewricht liggen dan de hoger gedragen (Bij trens en stang) belemmeren deze sterker het openen van de mond van het paard. De lage neusriem werkt dus sterker in en kan ook een belemmerend effect hebben op de ademhaling van het paard. De trens en stang neusriem dient een vingertje onder de zijdelingse schedeluitsteeksels geplaatst te worden, dit om contact kwetsuren door het kauweffect met de neusriem te voorkomen. En juist, gecombineerd met een sperriemje zit je qua inwerking ergens tussen de hoge en de Hannoveraanse neusriem.

Tong over bit door harde hand

De paarden van je werkgever, Marieke, hebben de gewoonte gekregen om op de harde hand van de ruiter te hangen, en ja, altijd gaat dit gepaard met een vast aangesnoerde neusriem. Dat aansnoeren doen deze ruiters om het paard te belemmeren zijn tong over het bit te kunnen steken. Om te ontsnappen aan alle pijnlijke gevoelens van een tintelende, niet doorbloede en dus blauwe tong, ten gevolge van een tientallen kilo’s teugeldruk, zou jij ook wel je tong over het bit proberen te foefelen.

Een paard dat de gewoonte gekregen heeft om zijn tong over het bit te steken, is zowat het ergste wat je als dressuurruiter kan overkomen. De fijne communicatie langs de zachte vering van de tong naar de ruiterhand gaat dan volledig verloren en je krijgt een ‘on-off’ communicatie met je hand op de harde en gevoelige lagen van het paard.

Terug nageeflijk maken

De op deze manier verreden paarden terug nageeflijk maken is geen sinecure. Het belangrijkste punt hierbij is dat het paard terug leert te beseffen dat het zijn tong kan bewegen en daarvoor dien je natuurlijk meer plaats in je mond te krijgen door je kaakgewricht verder te openen. Het eerste werk om de kaak te kunnen bewegen is natuurlijk de neusriem losser doen of voorlopig volledig te verwijderen. En ja, bij zo een correctie durven die paarden ook wel eens hun tong over het bit te steken en profiteren van de herwonnen tongvrijheid, maar met een zachte hand en wat vervelende versterkingen is ook dat oplosbaar hoor, Marieke.

80 Oh, ik moet uitgestrekte draf rijden!

Uitgestrekte draf dient ontwikkeld te worden
Bij de uitgestrekte draf dient de paslengte te worden vergroot

Uitgestrekte draf moet worden ontwikkeld

Binnen veertien dagen ga ik op wedstrijd Dré, en er zit uitgestrekte draf in die proef. Maar dat wordt dan kort dag Marieke, wij hebben met je jonge paard hoofdzakelijk aan de kwaliteit van het basiswerk en de nageeflijkheid gewerkt. Ondertussen loopt je paard ontspannen over de rug en zijn de drie basisgangen correct en heb je een heel gehoorzaam beestje, toch al iets om tevreden over te zijn.

Midden draf of uitgestrekte draf?

Maar ik vermoed, Marieke, dat je geen uitgestrekte, maar middendraf moet laten zien? Uitgestrekte draf is zowat het maximum van draf uit je paard halen, terwijl middendraf, zoals de naam het zelf zegt, ergens tussen de arbeidsdraf en de uitgestrekte draf ligt.

In de hogere dressuur klassen wordt er ook wel eens uitgestrekte en middendraf gevraagd en dan dien je natuurlijk het verschil tussen beiden te kunnen laten zien. Maar bij je jonge paard wordt enkel middendraf gevraagd. Pssst, je moet het niet voortvertellen, maar in de kleuterklassen haal je dus gerust het maximum uit je paard, de jury kan toch niet weten wat de uitgestrekte draf wel zou kunnen zijn. Voor het nemen van je diagonaal in je maximale draf, haal je ook je arbeidsdraf wat naar beneden, wat verzamelen dus, en steek je er ook het maximum aan impuls in. Door vooraf wat te verzamelen zal het verschil tussen je arbeidsdraf en je midden (= uitgestrekte) draf maximaal tot uiting komt. Op het uiteinde van je diagonaal doe je natuurlijk juist het omgekeerde en ga ja na je verruiming ook naar dat kleinere arbeidsdrafje, dit om te schoren bij het opvangen. Als je dat wat met gevoel doet vallen die kleine trukjes niet op voor de jury. Door de impuls die je voorafgaandelijke in je Bezibuth steekt kan hij als een pijl uit een boog vertrekken naar zijn uitgestrekte draf. Toch nog even vermelden dat impuls een verhoging van spanning betekent om bereidheid tot actie te verkrijgen, in dit geval dus uitgestrekte draf tonen. Wel opletten Marieke dat je onder de limiet van je paard blijft, je dient de impuls tijdens het ganse uitstrekken te bewaren, je moet voordurent het gevoel hebben dat er nog meer uit te halen valt. Zoniet valt je paard uit elkaar (Neen, je hoeft achteraf geen losgekomen stukken gaan te zoeken, haha) en is er veel kans op onregelmatige passen.

Het zijn allemaal geen draf machines

Maar wij dienen wel eerst nog wat aan de verruimingen zelf te werken Marieke, want je Belzibuth is een echte galopeur. Wat bedoel je daarmee Dré? Je hebt toch al gemerkt dat je paard bij het longeren veelvuldig in galop springt bij het vragen van wat meer activiteit in de draf. Ik ben er zeker van dat hij in vrijheid op de weide, zich hoofdzakelijk in galop voortbeweegt en de draf links laat liggen. (Vraagje, zou je ook iets rechts kunnen laten liggen?). Sommige andere paarden zijn echte ‘dravers’ en kennen met moeite de drietakt galopbeweging. Met galopoefeningen heeft je Belzibuth natuurlijk[AG1]  geen probleem, dat laat hij ons steeds zien. Maar draven, ja, dat is niet zijn grootste talent, maar wij weten dat talenten kunnen ontwikkeld worden, en dat gaan wij natuurlijk ook doen.

Maximale drafbeweging ontwikkelen

De eenvoudigste en ook gezelligste manier is met je Belzibuth buitenritten te gaan maken en hem kilometers op zijn maximum door het bos laten draven. Neen Marieke, dat doe je zeker niet op de verharde weg naar het bos toe, toch een beetje spaarzaam zijn op die zuivere beentjes van je paard. Best nog dat je dat samen met een paar andere paarden kan doen, zij mogen zeker een verzameld galopje doen, maar jij probeert altijd de draf verder te ontwikkelen. Aangezien de lange bosdreven hier niet voor het rapen liggen, zullen wij verplicht zijn om dat op onze dressuurpiste te trainen. Die eindeloze rondjes draaien is mentaal wat meer belastend voor het paard en natuurlijk rond je de hoeken goed af wanneer je in de maximale draf aan het rondstuiven bent.

Moet het nu al vanuit de achterhand komen?

Maar een uitgestrekte draf moet toch uit de achterhand komen Dré? Dat is juist Marieke, maar eerst moeten we de weg daar naartoe bewandelen. We gaan nu eerst je paard leren ruimere passen nemen, dat is toch de kern van een uitgestrekte draf. Onze focus ligt daarop en op niets anders, je Belzibuth dient voor mij niet mooi in de hand te lopen, daar gaan we later wel aan werken. Leer nu maar aan je paard dat, je beide benen wat meer aansluiten rond zijn romp, het teken is van uitgestrekte draf. Aangezien dit werk ook lichamelijk zwaar is zou ik dat maximaal tweemaal per week doen, neen, het is niet de bedoeling van je beestje leeg te rijden, maar wel zijn fysiek verder op te bouwen, terwijl wij naar die ruime passen op zoek gaan. Je zal bemerken Marieke dat het bewegingsapparaat van je Belzibuth er in de draf binnen een paar weken reeds heel anders gaat uitzien. Pas op dat moment zullen wij hem wat gaan terugnemen, zodat zijn draftempo langzaam aan vertraagt en dit met behoud van zijn paslengte. Door de jaren heen zullen wij de uitgestrekte draf verder ontwikkelen zodat hij vanuit de achterhand komt en er vanuit de oprichting een mooi voorbeen tevoorschijn komt.

Swingend voorbeentje ontwikkelen

Oh, van een voorbeentje gesproken, geef je paard tijdens dit werk ook maar wat steun op de teugel, Marieke, er loopt immers een spiertje (Voor de lezers even opgezocht: Brachio-Céphalique) vanaf het achterhoofdsbeen (Hoogste punt van de schedel) naar de opperarm van het voorbeen.  


Teugelkreupelheid komt door ongelijkmatige aanleuning

Door dit spiertje wat onder spanning te zetten verkrijgen we een verhoogd opheffen van het voorbeen. De combinatie van de grote paslengte en de verhoogde beweging geven aan de uitgestrekte draf een wauw effect. Paarden die zwaar op het bit hangen kunnen door de spanning in dit spiertje toch een spectaculair voorbeen geven, maar vertonen door het gemis aan nageeflijkheid meestal een slepende achterhand.

Regelmatig zie ik op de sociale media foto’s verschijnen waarbij beweerd wordt dat in de draf, het pijpbeen van het achterbeen evenwijdig met het spaakbeen (Lange been boven de knie) van het diagonale voorbeen dient te zijn. Waarom dat zo zou moeten zijn, daar heb ik geen zicht op en ik betwijfel dat dan ook. Door een aangepaste training en ook ten gevolge van een op het voorbeen gefocuste fokkerij kan een meer naar voren en opwaarts werkend voorbeen verkregen worden, zonder trucen van de foor te gebruiken, en daar is volgens mij niets mis mee.

Om deze reden is niet te verwonderen dat er heel veel paarden met een eenzijdige aanleuning ook onregelmatigheid vertonen in de voorbenen. Terecht wordt dit teugelkreupelheid genoemd.

Wij zullen ook wat cavalettis lopen om de drafpassen te helpen vergroten, Marieke. Eerst ons jonge paard laten gewennen, zodat het regelmatig over de op de grond liggende balkjes loopt, en dan gaan wij beetje per beetje de balken verder uit elkaar leggen en later gaan wij van die grondbalkjes echte cavalettis maken zodat ook de spieren ontwikkelen om de benen van het paard hoger op te tellen. Bij het longeren, maar ook bereden kunnen wij de balkjes op een cirkel leggen, wat het voordeel geeft dat wij de drafpaslengte kunnen vergroten door meer op de buitenkant van de cirkel te rijden.

Uiteindelijk zullen wij een uitgestrekte draf kunnen rijden met veel draagkracht en activiteit in de achterhand, een van de grond komend voorbeen en dit allemaal met een lichte aanleuning op de teugel. Maar eerst beginnen met het begin hé.

79 Mijn paard loopt niet in evenwicht!

Een kortere afstand tussen voor-en achterbeen is kenmerkend voor een hogere verzameling.

Zeg Dré, één van mijn stalgenoten zegt dat mijn Belzibuth niet in evenwicht loopt, hoe moet ik dat interpreteren?

Zonder evenwicht val je pardoes op de grond

Een voorwerp (Een lichaam noemt men dat in de fysica) dat niet in evenwicht is valt omver, om uiteindelijke in een stabiel evenwicht op de grond neer te ploffen en roerloos te blijven liggen. Denk hierbij maar aan een kegel dewelke je op zijn punt probeert in evenwicht te zetten. Voor zover ik zie, blijft jouw Belzibuth rechtop staan en valt hij niet als dood neer op de grond. Jouw paard beweegt zich dus in evenwicht voort, een evenwicht dat op ieder moment van de ondersteuningsfase gewijzigd wordt door voortstuwende en ondersteunende krachten, opgewekt door de op de grond geplaatste benen. De voorbenen van je Belzibuth leveren ondersteunende krachten en zijn achterbenen produceren zowel voortstuwende als ondersteunende krachten. Ieder paard dat zich beweegt loopt dus in evenwicht, maar ik vermoed dat je stalgenoot wat anders bedoelt.

Achterbenen dragen en stuwen

Dressuur heeft in eerste instantie de bedoeling om de wendbaarheid van het paard te verbeteren (Oorsprong bij de cavalerie gevechten), en dit kan alleen als de krachten voortkomend uit de stuwende achterbenen meer verticaal naar het zwaartepunt van het paard stuwen. Door zijn hoofd op te richten doen wij het paard zijn zwaartepunt iets meer naar de achterbenen toe brengen, maar het zijn vooral de achterbenen die wij naar voor brengen, dus dichter bij het zwaartepunt van het paard. Om te kunnen verzamelen dient een paard dus te kunnen sluiten met de achterhand en dit gebeurt hoofdzakelijk door het kunnen sluiten van het SI-gewricht (Verbinding bekken-ruggengraat). Door het in elkaar plooien van alle achterhand gewrichten zal het kruis van het verzamelde paard dalen zodat de achterbenen beter verticaal tegen het zwaartepunt stuwen en zo de opwaartse beweging zullen bevorderen. Laat ons voor de eenvoud voorlopig vergeten dat jouw eigen gewicht ook bovenop je Belzibuth zit, Marieke. Deze manier van doen noemen wij dan ook ‘verzamelen’ van het paard, ja, wij verzamelen dus de stuwende krachten (achterbenen) dicht bij het zwaartepunt.

Verzameling kost tijd

Moest je stalgenoot vertellen Marieke, dat je Belzibuth nog niet verzamelt loopt, dan moet ik hem wel gelijk geven. Jouw paard loopt zeker in evenwicht, maar nog niet in verzameling en dat is gezien zijn beperkte africhtingsgraad ook normaal.

Je Belzibuth tot verzameling brengen is een proces van jaren spelen met nageeflijkheid, doorlaatbaarheid en het opbouwen van impuls. Door het spelen met de voormelde factoren worden de spieren van het paard ontwikkeld om uiteindelijk meer gedragenheid, verzameling dus, te kunnen geven.

Eerst rond en diep rijden

De nageeflijkheid en doorlaatbaarheid worden bij het jonge paard gemakkelijkst ontwikkeld vanuit een diepe hoofdinstelling, ‘rond en diep’ zoals men dat pleegt te noemen. Dit is ook een natuurlijke onderdanigheidshouding van het paard, van waaruit wij gemakkelijker het paard kunnen motiveren tot een gedragsverandering. Ook het lekker schuimend kauwen op het bit is een natuurlijk onderdanigheidsgedrag en nemen wij mee in het aanleren van de nageeflijkheid.  En ja hoor, het paard neemt tijdens zo een rond-diep houding zeker veel gewicht op de voorhand. Niets mis daarmee, denk ik dan toch, een is paard is daarop door de natuur geselecteerd. Zo gaat dat toch als je de ganse dag lekker gras mag eten met je hoofd in de grond, dan krijg je sterke voorbenen door het hoge gewicht op deze voorbenen.

Achterbenen dichter bij voorbenen

In de diepe houding neemt het paard 77% van zijn gewicht op de voorbenen, bij een verzameld paard is dat maar 65% en bij een goede piaffe is dat nog slechts 51%. Slechts bij de piaffe is het gewicht nagenoeg gelijkmatig verdeeld over de voor en achterbenen en zou je over ‘gleichgewicht’, zoals de Duitsers dat noemen, kunnen spreken. Ja, Marieke dat zijn cijfers die ikzelf berekend heb, als ingenieur word je geacht dat te kunnen.  Ook de afstand tussen de steunende diagonale benenpaar (In draf ) varieert met een veranderende verzameling. Hoe hoger de verzameling, hoe kleiner de afstand tussen het voor en achterbeen.

Enkel bij piaffe is er ‘gleichgewicht’

Bij mijn Frits zaliger was deze afstand 1.59m bij het rond-diep rijden, bij de verzamelde draf nog 1.32m, om tijdens de piaffe nog maar slechts 0.7m te worden. Bekijk de foto compositie maar eens aandachtig? De cijfers die ik opgeef zijn in het blauw opgegeven. Voor meer detail ga je maar eens naar mijn boek ‘Beteugelde Emoties’ kijken, ik moet toch ook wat publiciteit maken hé.

Jouw Belzibuth bevindt zich momenteel tussen de rond-diep en de verzamelde houding, Marieke, en langzamerhand zullen wij verder werken naar meer verzameling, dus meer oprichting van de hals en verder onderbrengen van zijn achterhand.

Maar je mag nu aan je stalgenoot vertellen dat je Belzibuth in evenwicht loop en dat wij volop bezig zijn aan het meer verzamelen van je Belzibuth. Het komt zeker allemaal goed.

78 Wenend uit je training stappen

Motivering door succesbeleving
Creatie van succesbeleving is de sleutel tot motivatie

Aangepaste trainingstechnieken

‘Vandaag zijn er maar vier combinaties al wenend uit mijn training gekomen’ hoorde ik een bekend trainer met grote voldoening vertellen. Bij deze uitspraak was ik toch wat verbaasd, ik was vergeten dat brullen, tieren en afbreken nog bestond in het trainerslandschap.

Beleven van genoegen

“k hem geblet” voor de zoveelste keer was een bekende parodie van de Antwerpse Strangers, weet Marieke mij te vertellen, een heel apart liedje, maar ik wens zoiets tijdens mijn dressuurlessen niet meer mee te maken, anders verkoop in mijn Belzibuth en koop ik mij een tennisracket. Met genoegen steek ik veel centjes en werk in mijn paard, maar dat doe ik om plezier te beleven aan het rijden en niet om er ongelukkig van te worden.

Je hippische waarden bepalen je voldoening

Het is toch niet allemaal kommer en kwel, Marieke. Aan je hippische waarde ‘zorgzaamheid’ beleef je schijnbaar wel voldoening, maar je zoektocht naar voldoening in het rijden is nog niet voltooid.

Analytisch vermogen gebruiken

Soms hoor ik vertellen dat eens lekker janken of je woede uitschreeuwen heel heilzaam is voor het herstellen van je innerlijke rust. Kan zijn, maar ik ben meer voorstander om deze piek-emoties te vermijden door het inzetten van mijn analytisch vermogen. Zoiets heeft natuurlijk te maken met mijn persoonlijke voorkeursystemen, en die zijn voor iedereen verschillend, gelukkig maar.

Je instructeur dien te zoeken naar je persoonlijke waarden

Maar trek je dat toch niet zo aan Marieke, het probleem ligt zeker niet bij jou, maar bij je onwetende instructeur. Er is niets mis met het feit dat je op zoek bent naar voldoening met je paardrijden, en dat is dan ook de eerste opgave van je verwenste lesgever. Iedereen die iets wenst te bereiken dient daarvoor zijn gedrag te veranderen, zonder verandering kan je natuurlijk nooit tot een verbetering van je levensomstandigheden komen. Om één of andere reden wens jij je hippische vaardigheden verder te ontwikkelen. Je instructeur dient op zoek te gaan naar jouw persoonlijke doelen, weten waarom jij dus paardrijdt en zijn instructie daarop aan te passen.

De in de hoek hangende instructeur

Maar ik doe zo mijn best Dré, en het is nooit goed genoeg voor mijn instructeur. Ineengedoken in een hoek van de piste, onder een warm dekentje, slingert hij mij steeds een serie vervelende opmerkingen door de ijskoude manege lucht. Beter natuurlijk dat je instructeur rondloopt in de piste, Marieke, zodat jullie beiden met alle zintuigen en lichaamshoudingen informatie kunnen uitwisselen, maar ja, soms kan een instructeur ook een tijdelijke zwakte hebben en liever een warme koffie drinken, hé. Sommigen trainers schijnen daarbij ook nog een VSOP cognacske te kunnen verteren, heel goed om tijdens dat hoek-hangen warme voeten te krijgen en onbelemmerd instructies te kunnen spuien. Aangezien alcohol het creatieve vermogen zeker niet verhoogt durf ik te twijfelen aan de inhoud van de gespuide woordenvloed, zeker niet meer na een vele uren durende werkdag van de instructeur.  De in een hoek hangende instructeur ziet zijn pupil enkel op één lange en één korte zijde in zij-aanzicht. De visuele signalen die hij van de ruiter kan opvangen beperken zich dan ook toch 50% van de mogelijkheden en het gebruik van zijn/haar lichaamstaal gaat volledig verloren. In vele gevallen beperkt de communicatie zich dan ook uni-directioneel (mooi woord hé voor in één richting) aangezien sommige instructeur snel de functie ‘terugpraten’ weten uit te zetten.

Een goed ruiter is nog geen goed instructeur

Mogelijks is je instructeur een goed, en op wedstrijd presterend ruiter, het is iemand die ‘doet’, maar waarbij ‘denken’ en ‘voelen’ te weinig ontwikkeld zijn? Zonder een trainersopleiding heeft hij of zij natuurlijk nog niet van pedagogie gehoord en motivatietechnieken, neen daarover wordt er in de trainersscholen maar weinig aandacht gepraat, denk ik dan toch. Neen hoor, je instructeur dient je niet af te breken bij het maken van fouten, maar juist je zelfvertrouwen op te bouwen. Trouwens, fouten bestaan niet, het zijn gewoon afwijkingen op je gestelde doel. En zelfvertrouwen krijg je namelijk door succeservaringen, door te ervaren wat je goed doet en zeker niet door alles wat je nog niet kent naar je hoofd geslingerd te krijgen.

Zoektocht naar goeie dingen

Ooit hoorde ik een bekende amazone-instructeur verkondigen dat je alles wat goed is niet hoeft te vermelden tijdens een training, enkel de slechte punten dienen naar voor gebracht te worden, want aan deze dient gewerkt te worden. Niets is minder waar Marieke, je instructeur dient je te begeleiden in je zoektocht naar perfectie, maar je weet ook wel dat perfectie niet bestaat. Moest perfectie bestaan dan zouden de jury’s met gretige handen met tienen in het rond kunnen strooien. Ik mag je vertellen Marieke, dat ik op mijn lange hippische loopbaan slechts éénmaal een tien heb ontvangen en ik weet 40 jaar na dit heugelijke feit nog steeds dat dit voor een keertwending op de achterhand met mijn Hertog was, wie de jury was en waar dat plaats heeft gevonden.

Succesbeleving is noodzakelijk

Om dichter bij je doel te komen dien je natuurlijk veel inspanning te leveren en daarvoor moet je in eerste instantie gemotiveerd zijn. Niet vergeten dat ook je paard bereid moet zijn om zich in het zweet te werken en daarvoor ook succesbeleving dient te ervaren.

Aangezien je tijdens een training steeds zoekend bent naar nieuwe dingen, weet jij mogelijks niet hoe die onbekende oefeningen er uit ziet en zeker niet hoe ze aanvoelt. Juist, ‘voelen’ is het belangrijkste zintuig dat wij bij het rijden met ons paard gebruiken. Bij de communicatie tussen jezelf en je instructeur daarentegen zijn ‘horen’ en ‘zien’ heel belangrijk bij het opwekken van het gewenste ‘gevoel’ bij ruiter en paard, om over te gaan tot het gewenste gedrag. Een goed instructeur zal je dus op het juiste moment dienen te vertellen wat je goed aan het doen bent, zodat je later door je succes ervaring gedreven, zelf kan op zoek gaan naar dat juiste voldoening scheppende gevoel. Deze succes ervaring zit hem hoofdzakelijk in kleine, maar heel veel aangename ervaringen. Deze succes ervaring vind je nagenoeg nooit in de finale perfect afgewerkte oefening, aangezien perfectie niet bestaat.

Kleine onderdelen trainen

Een onderlegd instructeur zal dus met jou, Marieke, op zoek gaan om details te verbeteren en je daarvan laten genieten. Zoals iedere andere oefening, bestaat een schouderbinnenwaarts uit tientallen kleine onderdelen. Denk maar aan tempo, cadans, nageeflijkheid, oprichting, stelling, buiging,…… en de rest kan jijzelf of je instructeur wel verder aanvullen. Het verbeteren van deze details ligt meestal in het bereik van ieder ruiter of amazone en zijn een onuitputtelijke bron waar voortdurend kan uit geput worden om je genoegdoening en motivatie te besprenkelen.

Er zijn ook goed opgeleide instructeurs

Droog je tranen, Marieke, en zoek een andere lesgever.

77 Mijn paard is niet vooruit te branden

Je remmen staan waarschijnlijk nog dicht, als je paard niet reageert op je been.

Plezier verloren

Ik rij reeds jaren zwaar 1 dressuur en ben heel tevreden als er eens iemand achter mij in de uitslag staat. Ik heb er op deze manier geen plezier aan en hoop dat jij mij kan helpen Dré?

Trens en stang niet nodig

Steek ik hem mijn trens en stang erin of enkel zijn trensje Dré? Voor mij is dat om het even Marieke, je mag zelf je keuze maken. Op trens en stang loop Belzibuth heel licht, maar op een trensje komt hij op de teugels hangen en niet een beetje hoor. Daarbij reageert hij niet op mijn been en is met maar met heel veel moeite vooruit te branden. Ik luister aandachtig maar weet met deze paar zinnen toch al waar het kalf gebonden ligt. Een paard loopt niet lichter op een stang, weet ik, maar als je met dezelfde kracht aan de stangteugel trekt zoals je met je trens doet, dan oefen je door de hefboomwerking 5 maal meer kracht uit in de mond van het paard. Je paard is dan niet lichter, maar je trekt nog veel harder.

Rondje rondstappen om polshoogte te nemen

Wel een mooi paard hé, je Belzibuth en hij stapt aan de vrije teugel wel 4 hoeven over, dat is toch al een goede eigenschap voor een dressuurpaard, merk ik op bij het losstappen. Na een paar rondjes losstappen, ter gewenning aan de nieuwe piste en om zijn aders met wat zuurstofrijk bloed te laten doorstromen, vraag ik de teugels aan te nemen en wat ontspannen drafwerk te laten zien.

Nageeflijkheid noodzakelijk

Het niet willen lopen, het op het bit hangen en de stekelige haartjes op de contactplaats van de sporen vertellen mij in een oogwenk dat Marieke en Belzibuth niet nageeflijk kunnen rijden. Beiden zitten in een vastgeroest patroon, waarbij gelijktijdig trekken aan de teugel en flink met de spoor werken een gewoonte is geworden. Ja, gewoontes doorbreken bij paard en ruiter is een zware en langdurige opgave en om dat op te lossen gaan wij onze training in kleine stukjes opdelen.

Marieke is enigszins wat verbaasd als ik haar na twintig meter reeds vraag om af te stijgen, wij gaan je Belzibuth eerst wat aan de longe nemen, Ik heb het plan voor je training reeds in mijn hoofd zitten.

Op eigen benen leren lopen

De eerste basis in de africhting van het paard is het opwekken van de voorwaartse drang, dat staat toch in ieder boek over dressuur. Ook aan de longe en zonder Marieke op zijn rug vertoont onze genoegzame Belzibuth niet veel interesse om inspanning te leveren. Na tien minuutjes intensief longeerwerk met heel veel schakelingen en heel lichte signaaltjes gevolgd door sterke prikkels boven zijn reactiedrempel, vertoont hij toch reeds wat vluchtreflex. Juist, de looplust van een paard is in basis gebaseerd op het gebruik van het vluchtinstinct, en daarvoor dien je toch wat spanning te creëren.

Voorwaartse drang ontwikkelen

Na het opwekken van de voorwaartse drang is het reageren op een teugelhulp de tweede onmiskenbare schakel in een goede africhting, Marieke. Juist, als je hem kan doen lopen moet je ook nog kunnen stoppen, zo eenvoudig is dat toch. Maar stoppen doet onze schijnbaar luie Belzibuth maar al te graag, zelfs zonder teugelhulpen. Nageeflijkheid, reageren op een weerstandbiedende- nagevende hand, zijn hoofd zelf dragen, over de rug lopen, dat is een ver van mijn bed show voor Belzibuth en natuurlijk ook van zijn gedreven amazone. Juist, een paard begint zo ‘vast’ te lopen omdat de berijder het ‘nageven’ niet in de vingeren heeft, ook daar zullen wij dus moeten aan werken.

Aan de hand nageeflijkheid leren

Neen, Marieke, je hoeft nog niet op te stijgen, we gaan Belzibuth aan de hand het begrip van nageeflijkheid bijbrengen, en maak je niet ongerust, ook jij komt hier aan de beurt. Dit is dus ons derde actiepunt voor vandaag en even vermelden dat nageeflijkheid de hoeksteen voor doorlaatbaarheid. Ik zal je even zelf voordoen hoe je aan paard aan de hand nageelfijk maakt en dat doe je later op de identieke manier als je op zijn rug plaats neemt.

Niet het trekken, maar het loslaten is de kern

Waw, wat kan dat beestjes trekken zeg, gelukkig beschik ikzelf ook over de nodige trekkracht om weerstand te bieden aan dit 650kg wegende trekkebeest. Maar na tien minuutjes ‘massage’ en heel veel nageven (Stoppen met mijn trekkracht) bemerk ik toch een licht kauwende beweging in de mond van Belzibuth. Ik zal deze nageeflijkheid nog een paar minuutjes automatiseren en dan neem jij het stuur ‘aan de hand’ over, Marieke. Zo krijg je het gevoel hoe een paard aanvoelt dat nageeflijk is en datzelfde gevoel pas je straks ‘bereden’ op dezelfde manier toe.

Bereden hetzelfde gevoel zoeken

Oh, ik moet me wat haasten want ons lesuur zit er bijna op en Marieke heeft nog niet echt op haar paard gereden. Snel nog twee rondjes nageelflijk in stap en ook ééntje in draf, ja ook nageeflijk natuurlijk. Een korte maar aangename ervaring, denk ik dan toch.

Niets nieuws gehoord!

Marieke is een ervaren zwaar amazone, heeft reeds veel opleidingen gevolgd en staat er na de les toch wat onthutst bij. Niet om je te kwetsen Dré, maar ik heb vandaag niets nieuws gehoord. Maar daar heb ik geen problemen mee, Marieke.  Laat het wel duidelijk zijn dat het begrijpen van iets nog niet inhoud dat je weet hoe dat voelt, en dat voelen heb ik geprobeerd je bij te brengen. Auditief-digitaal (Weten-Denken) en ‘voelen’ zijn twee verschillende voorkeursystemen die het leerproces op een andere manier beïnvloeden, en dan dient alles nog geautomatiseerd te worden zodat het ogenschijnlijk allemaal vanzelf gaat.

Voorlopig geen wedstrijden

Ik ga de eerste zes maand geen wedstrijden rijden Dré, en deze week ga ik niet met Belzibuth rijden, maar hem aan de hand werken zoals wij vandaag samen gedaan hebben. Heel verstandig Marieke, ik denk echt dat je binnen een paar maanden het gevoel van nageeflijkheid als een automatisme zal beheersen en de weg naar de betere dressuur en voldoening aan je hobby zal gevonden hebben.

Automatismen veranderen duurt maanden

Neem je agenda eens Dré, ik kom volgende week terug.

76 Mijn paard staakt en kapt naar mijn been

Kappen naar het been, arbeid staken
Geen reactie op het been of terugkappen is een grove ongehoorzaamheid
Dominant gedrag van de ruiter resulteert in respect en vertrouwen van het paard voor de ruiter

Om hulp durven vragen

‘Nog eens bedankt voor de leerrijke les Dre!!, ‘we kunnen weer oefen nu’ was het berichtje dat ik van Marieke ontving. Marieke had in gans haar leven nog geen zijgangen gereden, maar op het einde van de derde les zag ik bijna tranen van geluk in haar jonge ogen. Stel je maar eens voor, wijken voor de kuit, schouderbinnenwaarts en appuyer onder je kont voelen, je zou je als jonge amazone voor minder gelukkig prijzen.

Mijn paard kent het, maar wil het niet doen

Bij de eerste les liep Marieke er nogal depressief bij, maar ze had toch de moed gevonden om mij te contacteren voor wat begeleiding. Jaja, vol met dromen koop je een prachtige PRE hengst die thuis alle oefeningen van de St-George perfect met zijn vingers in de neus loopt, maar er meestal op de wedstrijd de brui aan geeft en met verzet tegen de splinternieuwe wit geverfde hekjes gaat plakken. Ondertussen was de mooie hengst herschapen in een prachtige ruin, maar zijn plakgedrag op wedstrijd was daarmee niet zomaar verdwenen. Maar dat vindt Marieke niet erg, ze heeft toch geen wedstijd ambities, en thuis kan je toch ook van die mooie dressuuroefeningen genieten. En ja hoor, dat lukte de eerste maanden heel aardig en Belzibuth werd de grote vriend van Marieke. Maar momenteel stopt hij overal in de piste en slaat ook naar mijn been, wil mij niet laten opstijgen en doet zelf lelijk tegen mij als ik ernaast sta, vertelt Marieke.

Het dominante beest bepaalt de regels

Zoals ieder ander paard weet de ex-hengst Belzibuth natuurlijk dat er zoiets als dominantie bestaat, en als je de dominantste bent mag je je eigen goesting doen. Daarnaast staat er bij ieder levend wezen in hun hersenen voorgeprogrammeerd, dat je met zo weinig mogelijk inspanning zoveel mogelijk wil bereiken. Enkel onder invloed van spanning wordt een wezen aangezet tot het leveren van een meer prestatie. Meer presteren doet een paard en een mens natuurlijk enkel en alleen om er beter van te worden. Belzibuth weet natuurlijk dat zijn 550kg spieren opgewassen zijn tegen de 55 kg van Marijke en met het inzetten van je beperkte spiermassa kan je geen respect van je paard afwingen. Prestaties worden door het paard enkel geleverd als er respect opgebouwd is voor de amazone, en niet omgekeerd hoor.

Oh, je paard is je beste vriend

Vanaf nu Marijke ga je je paard enkel en alleen als vriend beschouwen als hij naar jouw pijpen danst. Ja, ik verwacht van jou een dominantere houding t.o.v. je Belzibuth, gedaan met de grote liefde.

Tijdens de voorbereiding van het longeren had ik al opgemerkt dat Belzibuth met een korte neusdruk Marijke aanmaande om uit zijn omgeving te blijven en zeker geen goesting had om op haar verzoek rondjes te beginnen lopen. Ook dit zijn duidelijke tekenen van dominantie van het paard naar de mens toe.

Maar wat gaan wij daaraan doen Dré, ik zie het echt niet meer zitten hoor. Ik heb een goed aangereden paard gekocht om ervan te genieten en ik word door deze ruin als het ware weggepest.

Een lesje in dominantie

We gaan je grote vriend eerst een lesje in dominantie geven, Marieke. Als hij je komt wegduwen geef je hem een heel krachtige en heel korte tik op zijn neus. Zo hard dat hij er van je interventie sterk schrikt, een prikkel boven de reactiedrempel noemt men dat in geleerde trainingstaal. Maak eerst gaan wij hem voorzien van een lange longeerlijn, zo kan hij ver genoeg van jou wegspringen. Dat weglopen moet je natuurlijk toestaan, want weglopen betekent onderdanigheidsgedrag voor een paard, en dat is nu juist waar wij naar op zoek zijn, toch? En ja hoor, onze dominante slimmerd heeft van de eerste keer begrepen dat Marieke een beetje haar op haar tanden gekregen heeft. Hoera, ons eerste succes is bereikt.

Respect moet je verdienen

Maar tijdens het rijden staakt hij voortdurend Dré, en kapt met een achterbeen naar mijn hulpgevende been. Ho, dus nog een lesje in respect voor de ruiter bijbrengen, Marieke.

Testen aan de longe

Zet hem maar op de volte en vraag op een zachte manier om aan te draven, dat mag met je stem zijn of door de juiste positie van je longeerzweep. Oei, hij heeft daar ook geen goesting voor Dré. Doe hem maar even verschieten, Marieke, geef maar een vervelende prikkel sterk boven zijn reactiedrempel en laat hem maar eens rond jou stuiven. Ja, dat wegrennen laat je natuurlijk toe, het is nog eens een uiting van onderdanigheid, en of dat in draf of stap of galop gebeurt is ons om het even, als het maar in een hevige reactie het hazenpad kiest, dan zijn we tevreden. Van de eerste maal heeft Belzibuth begrepen wat er van hem wordt verwacht en gaat op de minste aanwijzing naar zijn maximale rengalop.

En dan bereden

En nu mag je op zijn rug gaan zitten, Marieke. Vraag maar door een heel zachte kuitdruk om voorwaarts de gaan. Ik blijf hier in het midden staan met mijn longeerzweep en zo zal je beensignaal ondersteunen met een vervelende versterking (Juist, dit is met de longeerzweep). Bereid je maar lekker voor op een denderend vertrek, want ik wil niet dat je er achterover afvalt. Zie je wel dat er maar één enkele tussenkomst nodig is en Belzibuth vertrek steeds op een lichte aanwijzing van de kuit, geen sporen of tikken met de benen is nog noodzakelijk. Opgelost Marieke en nu neem jij mijn longeerdersfunctie over met je dressuurzweep. Let er vooral op dat je Belzibuth bij het voorwaarts gaan niet hindert in de mond. Het beheersen van nageeflijkheid is ook hier van het grootste belang natuurlijk.

Gehoorzaamheid moet je automatiseren

Opgelost staat netjes, Marieke, het is nu aan jou om deze aangeleerde gedragingen te bevestigen door de eerstkomende periode de hiervoor besproken puntjes consequent toe te passen. Leuk werk toch, prettig dat je terug van je paard kan genieten.

75 Emoties bij het zadelmak maken

Vertrouwen en respect opwekken voor de mens zijn belangrijke punten bij het zadelmak maken

Brrrr. het eerste ritje

Vandaag heb ik voor de eerste maal met je twee jaar jongere zus Nastrovja gereden, Lucy, jaja, enkele rondjes in stap draf en zelfs galop, met een voor mijn achterste twee maten te klein zadel en te korte stijgbeugels. And everything went well.

Zelf zadelmak maken of uitgeven aan anderen

Vroeger maakten wij onze jonge paarden zelf zadelmak, maar nu beperken wij ons tot de voorbereidingen vóór het echte opstijgen. Onze paarden maken kennis met de zadelmakmaker op het ogenblik dat zij goed handelbaar zijn en gemakkkelijk kunnen voorzien worden van een zadel en een kopstuk, en dat op zich vraagt reeds een paar weken voorbereiding.

De laatste dagen krijg ik veel signalen binnen over het omgaan met jonge paarden. Vermoedelijk selecteren mijn hersenen op alles wat met jonge paarden te maken heeft, omdat wij hier ook een paar jonge kornuiten lopen hebben en ik weet dat kortelings het moment aangebroken is om op Nastrovja op te stijgen.

Lichamelijk volgroeid, dat hoeft niet

Recent las ik een wetenschappelijk artikel betreffende de groeischijven in het beendergestel van een paard. Studies tonen aan dat de laatste groeischijven pas op 6-jarige leeftijd volledig verbeend zijn. Neen, denk maar niet dat je voor deze 6 jaar niet met een paard mag werken. Aanvangen met werken op jonge leeftijd heeft zelfs het voordeel dat de groeischijven ook nog supplementaire materiaal kunnen aanmaken, zodat het beendergestel zich aanpast aan een verhoogde belasting. Jonge paarden ravotten dus best in de weide met hun soortgenoten en wat licht werk is dus aan te bevelen. Natuurlijk dat je met je 110 kg zware lijf niet een buitenrit van 50km gaat maken met je driejarige paard. Alles met mate dus is toch de boodschap, maar werken kan geen kwaad. Dat zij ook mijn vader zaliger aan zijn kinderen toen wij geacht werden op de boerderij mee te helpen, en ik denk daar geen nadeel van ondervonden te hebben.

Mentaal evenwicht van grootste belang

Maar bij een levend wezen gaat het niet enkel over de lichamelijke gezondheid, ook de mentale gezondheid is van groot belang. Momenteel laten wij onze op de weide groot geworden paarden op 4-jarige leeftijd zadelmak maken door derden. De mentale schok van een groene wijde weide naar een afgesloten box is zeker niet te onderschatten voor deze jonge dieren. Onze ervaringen met zadelmakmakers zijn niet altijd positief te noemen, maar bij je zusje schijnt alles van een leien dakje te zijn gelopen., Lucy. Op de plaatsen waar zadelmak gemaakt wordt is het vanzelfsprekend dat er veel wisseling van paarden is. Om deze reden zijn vele boxen zodanig gemaakt dat er tussen de paarden een volledig gesloten wand is en er alleen aan de gangzijde doorkijk mogelijkheid voorzien is. En dan mogen ze nog van geluk spreken als ze dagelijks nog een uurtje uitloop krijgen in een kleine paddock. Sommige zadelmakers zijn oneindig lang bezig, terwijl anderen er willen opspringen als een aanvallende leeuw.

Pendelen met de jonge paarden

Gelukkig hebben wij ondanks de klimaat opwarming nog slechte periodes in de winter en zijn wij verplicht om de paarden ieder jaar toch een paar weken binnen te stallen of met hen tussen de barre weide en de warme stal te pendelen. Een prachtige mentale training is dat voor deze paarden en goed voor de fysiek van de begeleider. De ervaringen die de jonge paarden tijdens hun eerste africhtingsperiode opdoen schijnen mij doorslaggevend te zijn voor het verdere verloop van hun ganse carrière.

Respect voor en vertrouwen in de mens

‘Respect en vertrouwen’ opbouwen voor de mens gebeurt reeds door het veulen vanaf de eerste dag na de geboorte, en dit door het op een consequente paarden manier te benaderen. Juist, ik heb het hier over respect van het paard voor de menselijke persoon en het vertrouwen in deze persoon. Dikwijls hoor en zie ik paardenliefhebbers die verkondigen dat je als mens een groot respect en vertrouwen moet hebben voor het paard, maar dat zie ik zo niet zitten. Een paard behandel je zoals een paard in zijn eigen kudde wordt behandeld, maar dat ga ik hier nu niet verder uitspinnen. Natuurlijk behandel ik mijn paarden met respect, als ze naar mij luisteren dan vertrouw ik hen, althans voor zover ik de te verwachten reacties zelf kan inschatten. 

Succes met ongewenste gedragingen voorkomen

Paarden die succes gekend hebben met steigeren of het afwerpen van hun ruiter, of andere werk onttrekkende ervaringen, zullen deze trukendoos nog lang proberen naar boven te toveren. Paarden die tijdens hun eerste maanden te veel of te weinig vooruitgereden zijn, die geleerd hebben zich tegen de hand te verzetten, etc…, zullen dit als een automatisme opgeslagen hebben en dit dus spontaan herhalen, dikwijls op totaal onverwachte momenten voor de ruiter.

Recent nog zag ik een bereden demonstratie van talentvolle drie, vier en vijfjarige paarden. Deze jonge toppers worden dan meestal rondgejaagd in een onbegrensde uitgestrekte draf. Weinigen hebben geleerd over de rug te lopen en zichzelf te dragen. Als het voorbeen maar hoog en ver door de lucht zweeft is het publiek tevreden. Weinigen van deze cracks zullen ooit in hun loopbaan tot verzameling kunnen brengen, want ze hebben nooit geleerd zichzelf te dragen of hun achterhand te gebruiken. Deze manier van lopen is ondertussen een automatisme geworden en deze zijn slechts heel moeilijk te veranderen.

Gewenning vraagt tijd

Te allen tijde dient vermeden te worden dat een jong paard enig succes heeft met eigen initiatief om zich aan een verhoogde belasting te onttrekken. Een langzame gewenning is dan ook een noodzaak.

74      Oh, je paard gaat op de kletter met jou

Vluchtgedrag wegwerken
Een grote onzekerheid als je paard met jou op de loop gaat

Heb je even voor mij?

Hallo Dré, ik kom met mijn Belzibuth een half uurtje les volgen bij jou. Maar ik bemerk Marieke, dat je geen rijbroek of rijlaarzen draagt, wat is de verwachting die je van mij hebt?

Een schat van een paard

Belzibuth is onze 4-jarige PRE, dewelke wij twee jaar terug, zadelmak, en rechtstreeks in Spanje gekocht hebben, maar hij loopt nu reeds anderhalf jaar gezellig op de wei. Ik zal je een filmpje laten zien, dan weet je dadelijk wat je opgave is, Dré. En ja, op 20 seconden wordt mij duidelijk dat dit beestje in volle rengalop een oneindig aantal keer rond de piste stuift, maar hoe dat vertoon eindigt voor die arme ruiter, neen, dat kan ik niet zien, gelukkig maar.

Belzibuth staat met zijn halster rustig op de poetsplaats tussen de touwen te wachten, hij ziet er een gezellig beestje uit Marieke, en dat wordt ook nog bevestigd. Ja, ja, zet hem toch maar zijn hoofdstel met een trensje op, dan voel ik mij althans wat veiliger. Maar hij is echt heel braaf hoor Dré, het liefste paard dat ik ooit gehad heb, daarom heb ik hem al zo lang op de weide gehouden, anders was hij er reeds lang uitgegooid, want hij duldt geen ruiter op zijn rug.

Even testen aan de longeerlijn

We gaan Belzibuth toch eerst maar eens aan de longeerlijn bekijken Marieke, en werkelijk een doodbraaf beestje dat rustig stapt, draaft en galoppeert.  Ja, zo eentje durf ik wel aan de hand te werken, maar voor alle zekerheid zal ik hem toch maar van een lange longeerlijn voorzien. Dat geeft mij toch wat zekerheid moest hier reeds het ontploffingspunt van Belzibuth liggen. Maar nee hoor, hij blijft mooi naast mij lopen en toont respect en vertrouwen voor mij. Juist Marieke, maar ik heb nog geen respect en zeker geen vertrouwen in je lieveling, zeker niet na het denderende filmpje dat ik van hem heb mogen bewonderen.

Een teugelhulp, nooit van gehoord?

Ik kan duidelijk bemerken dat Belzibuth geen enkel respect heeft voor mijn hand en daar gezellig doorheen ramt, juist zoals hij dat ook bereden in het filmpje doet. Reeds na enkele vervelende versterkingen begrijpt Belzibuth dat een lichte verhoging van de druk op zijn lagen stoppen betekent. Zo Marieke, deze voor Belzibuth nieuwe begrippen zal jij er de volgende weken verder dienen in te trainen, zodat het een automatisme wordt dat een tegeldruk stoppen of vertragen betekent. Dit is je eerste huiswerk dat ik je kan meegeven, ik kan je enkel de tip van de sluier oplichten, het verdere werk zal jij in alle stilte, thuis dienen op te lossen hoor.

De trigger zoeken

Maar het echte vluchtgedrag van onze vriend Belzibuth heb ik nog niet opgemerkt, dus ga ik toch de grenzen voorzichtig wat verder aftasten. Ja, zet Belzibuth maar tegen de wand van de overigens heel mooie en verzorgde rijpiste, en plaats het midden in de piste liggende blauwe opstapje maar tegen onze tot hiertoe vertrouwensvolle vriend. Met zijn flikkerende ogen, snel bewegende oren, ingetrokken staart, prachtige oprichting en gekromde rug, vertelt Belzibuth dat wij heel dicht tegen zijn ontstekingstrigger zitten. En als Marieke op de eerste trede van het ervaren krukje stijgt, ja, daar gaat de vlam reeds in de pijp. Goed maar dat ik uit voorzorg de lange longeerlijn tijdens dit werk aan de hand heb aangebracht, zodat ik Belzibuth tientallen meters verder terug in de halt modus kan brengen. Duidelijk dat wij hier de ontmijningsdienst in werking moeten stellen en dat het triggerpoint, zo noemt men dat namelijk in de trainingsleer, zich reeds in de voorbereidende fase van het opstijgen bevindt.

Enkele keren op de eerste trede van de opstijgkruk gaan staan en er doet zich toch al wat verbetering voor, maar het probleem is verre van opgelost.

Vluchten voor nare ervaringen

Dit ontsnappingsgedrag is een diepgaand patroon geworden voor Belzibuth, Marieke, en zo een patroon doorbreken vraagt vermoedelijk meerdere weken tijd. Stapje per stapje dien je Belzibuth te vertellen dat een stijgende persoon niets kwaads betekent en vergeet je op het krukje stijgen niet aan een aangename versterking te koppelen. Vele stukjes appel of worteltjes kunnen dit op het krukje stijgen aangenaam versterken. En binnen een paar weken zal het waarschijnlijk mogelijk zijn om behoedzaam  je arm over zijn rug te leggen en veel later ook voorzichtig je been over zijn frêle rug te schuiven en dat hij niet meer wegstormt.

Respect en vertrouwen opbouwen in een andere context

Sorry Marieke, maar ons half uurtje clinic over ‘Werk aan de hand’ zit erop, maar ik denk wel dat je vanaf hier de weg zelf met Belzibuth kan bewandelen. Ik wens je nog veel geduld en succes toe Marieke en vooral, ook genieten van dit opleidingswerk.

73 Kijk jij terug om te kunnen voordenken?

Ervaringen bepalen mede onze actuele emoties en sturen ons gedrag.

Samen- en tegenwerking analyseren

Zo, Lucy, deze voormiddag zijn wij nog eens onze vaardigheden op verplaatsing gaan testen. Een mooi moment om na een jaartje van samen- en tegenwerking eens terug te kijken op onze gezamenlijke evolutie. Ik heb je tot hiertoe geen enkel keer van mijn rug gehaald door te bokken of te steigeren Dré, is dat niet het belangrijkste? En daarbij sla ik niet en ik bijt niet. Juist Lucy dat is allemaal heel belangrijk voor mij. In de dagelijkse omgang ben je een gezellig beest Lucy, wij hebben respect er vertrouwen in elkaar opgebouwd, maar ik weet wel dat je mij liever niet op mijn rug hebt dan wel.

Wat wij allemaal al kennen

Wauw, ondertussen kunnen wij reeds mooi op de hoefslag rijden in de drie gangwijzen, een hele prestatie toch, zeker als ik terugdenk aan onze eerste ritjes. Het eerste in galopvallen hebben wij reeds omgebouwd naar aanspringen in galop, goed zeg, en ja, met bijna zekerheid kunnen wij op de rechte lijn reeds links of recht aanspringen. Ook een contra-galopje en soms doelbewust gecombineerd met een vliegend wisseltje zit er al in, maar gezien je hoge temperament zijn dat zaken die ik niet veel mag herhalen, dus er maar vroeg aan beginnen, dat geeft ons dan toch maar wat meer tijd. Mijn stokpaardje ‘nageeflijkheid’, dat had ik graag wat soepeler zien verlopen, maar het is mij bekend dat over de rug lopen een levenslang werk is. De kernen van alle zijgangen zitten reeds in je brein geprogrammeerd en zelfs de overgangen tussen de zijgangen snap je al. Natuurlijk dienen wij dat allemaal nog veel te verfijnen alvorens wij grand-prix rijp zijn, hihi. Omdat wij het fundament van de zijgangen beheersen zijn wij ook reeds aardig aan het rechtrichten bezig, een noodzaak om tot verzameling te komen. Je verzameling is in de maak, we kunnen reeds wat rondjes met oprichting rijden, maar die achterhand zou ik toch graag verder onder je massa krijgen. Daarom zijn wij je nu reeds aan de hand aan het werken om je nageeflijkheid in de overgangen te verbeteren en de eerste aanzet tot piaffe voor te bereiden. Dat handwerk doen wij ook om het respect en vertrouwen tussen ons beiden verder op te bouwen. Neen, aan het vragen van een echte piaffe denken we natuurlijk nog niet, dat is pas voor binnen een jaartje.

Buitenritten maken

Ik kan met jou reeds alleen en in groep veilige buitenritten maken, je bent heel aandachtig voor je omgeving, maar dat resulteert niet in gekke dingen. Ik vind het leuk dat je steeds met een ruime stap de leiding neemt, dat zal wel te maken hebben met je leidende merrie karakter. Als vroeger eventing ruiter vind ik het prettig dat je reeds over een leegstaand grachtje durft te springen! En ja Lucy, eens de droogte voorbij is zal ik je op dezelfde plaats gemakkelijk een met water gevulde gracht leren nemen. Dat mag toch ook wel kunnen voor een dressuurpaard, nee?

Vreemd gaan

Rustig worden op de vrachtwagen was niet heel eenvoudig en tijdelijk heb ik je van gewatteerde kluisters moeten voorzien. Neen, ik wens niet dat je zoals mijn Frits zaliger aan je einde komt wegens beenderproblemen door het veelvuldig kappen tegen de vrachtwagenwand. Nog een paar keer op verplaatsing en ik denk je van deze triestig ogende werktuigen te kunnen verlossen, Lucy.

Angst andere paarden

Ook je angst voor andere paarden krijgen wij stilaan onder controle, maar onze eerste demonstratie pas-de-deux was een trieste bedoening, maar ook daar geraken wij wel doorheen. Gewenning aan omgevingsfactoren, daar moeten wij schijnbaar nog wat aan doorwerken.

Trukendoos gebruiken

Toch al een hele realisatie van mij hé Dré, dat heb ik toch goed gedaan hé, ik besef dat ik je het leven niet altijd gemakkelijk gemaakt hebt, maar schijnbaar heb je wel een trukendoos om daar mee om te gaan. Juist Lucy, africhten is eigenlijk heel eenvoudig, Het vertonen van gedragingen die ik niet wens probeer ik je af te leren en de gewenste gedragingen leer ik je bij. Conditionering door vervelende en aangename versterkingen van het laatst vertoonde gedrag noemt men dat in de trainingsleer.  Daarachter schuilen natuurlijk een hele resem aan diverse inzichten die ik gebruik om jouw gedrag te beïnvloeden. Hoe dat gebeurt hoef jij als paard niet te begrijpen, gelukkig zelfs dat je mijn strategieën niet doorziet.

Pluspunten zoeken

Bij het aanleren van nieuwe oefeningen dien ik voortdurend rekening te houden met je lage reactiedrempel. Maar deze hoge reactiviteit wordt zeker één van je pluspunten in je verdere dressuur carrière. Het zal me niet veel inspanning vragen om je met fijne hulpen de aangeleerde oefeningen te laten uitvoeren.

Met ongewenste gedragingen mag je zeker geen succes hebben, want een succesrijk, maar voor mij ongewenst gedrag, wordt direct en voor altijd in het brein als een voor het paard positieve ervaring opgeslagen. De kunst bestaat er dan ook in om alle oefeningen in heel kleine stukjes te knippen en om zo onder je lage reactiedrempel te blijven.