11	Nageeflijkheid

11 Nageeflijkheid

André Geeroms – Frits
André Geeroms – Frits

Ben je nu eindelijk tevreden over mijn nageeflijkheid, Dré.

Ha, weet je nog Frits, dat ik je het ganse eerste jaar thuis in stilte getraind heb, omdat ik niet tevreden was over je nageeflijkheid. Maar gedurende de laatste 5 jaar is dat allemaal goed geëvolueerd.

Voordat er een goede nageeflijkheid is bekomen heeft het geen zin om veel aan andere dingen te werken. Vergeet het maar om recht te richten, eenzijdige aanleuning weg te werken of je zit te verbeteren. Dat zou enkel leiden tot nog meer getrek en gesleur aan de teugels. En bij het aanleren van ieder nieuwe oefening zal er een terugval zijn van de nageeflijkheid. Nageeflijkheid is dus een levenswerk, een nooit eindigend aandachtspunt.

Overal hoor ik vertellen en schrijft men dat men een paard van achter naar voor dient te rijden, dat de motor bij een paard achteraan zit, en bij een verder afgericht paard is dat ook zo.

Neen Frits, nageeflijkheid is een zaak die niet aangeleerd wordt door van achter naar voor te rijden, zij ontstaat volgens mij vooraan, door een gevoelige en hiervoor getrainde ruiterhand, ze ontstaat dus vooraan en niet achteraan.

Ik weet wel dat ik door deze uitspraak in ga tegen een dogma van de dressuursport, maar ik mag daar toch mijn eigen mening over hebben. Nageeflijkheid kan heel gemakkelijk en zelfs bij voorkeur aangeleerd worden in stilstand, en nog gemakkelijkst als je naast je paard staat, en op dat moment is er toch geen enkele voorwaartse stuwing, dacht ik? Op deze manier nageeflijk maken is eigenlijk het eerste werk aan de hand.

Spijtig dat er zo veel jonge paarden naar voor gejaagd worden, meestal leidend tot een heel zware en constante aanleuning, een spectaculair voorbeen en een slepende achterhand.

Eens de nageeflijkheid is aangeleerd wordt het mogelijk om de impuls te ontwikkelen, en ja, impuls komt uit de achterhand, het is de stuwing vanuit de achterhand die we door een nageeflijke hand onder controle kunnen houden.

Vergeet het ook maar Frits dat je atlas steeds het hoogste punt dient te zijn of dat je steeds aan de loodlijn dient te lopen, ook dat is zijn dogma’s die men zomaar verspreid. Als jonge paard werd je diep en rond getraind en nu zoeken wij samen nageeflijkheid in het opgerichte werk. Op de eerste foto’s ben je 4 jaar jong Frits, op de tweede serie al drie jaar verder. En neen, je bent niet perfect aan de loodlijn, dat wens ik ook niet.

Wel valt mij op dat je hals over de gehele lengte een gelijkmatige buiging vertoont, en dat is volgens mij het beste kenmerk van nageeflijkheid.